Markthal of tempel?

Jezus gaat de confrontatie aan met de handelaars in de tempel, “maak van het huis van mijn vader geen markthal”. Jezus vindt dat die handel niet in de tempel thuishoort. En dat laat hij merken ook.
In de discussie met de autoriteiten noemt Hij ook zijn eigen lichaam een tempel. Dit vertelt ons wel iets over Jezus’ visie op God. De tempel is het huis van God, daar is God te ontmoeten. Die idee leefde heel sterk bij de joden. Maar, zegt Jezus: God woont ook in mij, is ook in mij te ontmoeten. Jezus maakt zo duidelijk dat God woont in elke mens, dus in elke mens te ontmoeten is. Het verhaal zegt ons iets over de manier waarop men in Jezus’ tijd keek naar de tempel en naar God. Er speelde zich een soort koehandel af. Met het brengen van offers dacht men God te vriend te houden, als je dat deed, zat je goed. Nee, zegt Jezus, wil je God echt eren dan moet je goed zijn voor de mensen, want God woont in hen, en dat is veel belangrijker dan de tempel.

Concert

In een slaapkamer moet er frisse lucht zijn, zonder twijfel. Daarom slapen we, winter en zomer, met ons raam open. Onze kamer is deels aan de straatkant gelegen. En dus krijgen we er, gratis en voor niets, alle bijhorende lawaai bij: bezoek dat uitgebreid afscheid neemt, de thuiskomst van rumoerige feestvierders, de buurman die voor dag en dauw luidruchtig naar het werk vertrekt. Noem het en we mochten er al van genieten. Vaak is het een bron van ergernis of erger. Enkele dagen geleden echter, was ik al vroeg wakker, zo tussen donker en licht, wanneer alles ingehouden wacht op het opkomen van de zon. En plots hoorde ik het, zomaar uit het niets, heel duidelijk, glashelder en toonvast: een merel hief zijn mooiste lied aan. Gedreven door zijn innerlijke drang en aangespoord door het licht floot hij alsof zijn leven er van afhing. En wat eerst een solo was, werd luttele seconden later beantwoord en het begin van een heus fluitconcert waarvan ik de aanzet en de eerste noot had mogen horen! In mij werden ruimte en tijd eeuwigheid.   

In herinnering

Een échte zielsgenote is heengegaan … en ja, dat laat zich voelen. Maar net die weemoed bergt zoveel schoons en zoets. We volgden samen 3 intense vormingsjaren die net het moeilijk bespreekbare in ons leven zachtjes openvouwde. Doorheen de jaren toonden we ons steeds fragielere ik. We waren er voor elkaar in moeilijke tijden en wanneer vreugde haar intrek nam. Ze eindigde haar leven in eenvoud, wijsheid en kleine genoegens. Ze was even gehecht aan alles wat met taal te maken had als ik. Vermits zij Nederlandse was en ik van Belgenland deelden we de ‘ongekende’ woorden die ons een glimlach om de mond toverden. Zo kom ik haar nog tegen in literatuur, zij komt dan zo op haar kousenvoeten binnengewandeld. Mooi, toch. Franciscus van Assisi inspireerde ons beiden. Onze thuis vonden we in de natuur en bij de Allerhoogste. Dood is iemand pas, als die plaats leeg blijft in ons hart en in onze geest. Lieve Gerda, zo dankbaar voor het gedeelde leven. “Hoe wij tegen de dood aankijken, bepaalt hoe wij in het leven staan.” (Dag H.)

Vastengebed 2021

Heer Jezus,

geef ons een tijd van stilte.

Beroer оns hart tot inkeer,

soberheid en eerlijkheid.

Sterk onze wil

naar Uw goedheid en mededogen

om Uw heilige Wil te volbrengen

en breek onze nukkigheid,

onze afkerige weerstand

om anderen lief te hebben

door onszelf te vergeten.

Leer ons te offeren,

onszelf te offeren

in liefde voor U

en de anderen.

Dit vragen wij U

door onze hemelse Moeder Maria,

onze heiligste Voorspreekster bij U.

Amen.

Roodkapje in 2020

Roodkapje opent

voorzichtig de deur.

Haar oma ligt in bed.

Ze ziet een beetje groen.

Wat moet ze nu doen?

Oma, wat hoor ik je toch hoesten?

Ja, antwoordt oma, ik moet

de hele dag proesten.

Oma, waarom voelt je hoofd zo heet?

De koorts heeft me al even beet.

Oma, wat ruikt het hier zo raar?

Ik word helemaal niets gewaar!

Oma, wil je proeven van mijn koek?

Neen, want mijn smaakvermogen

is al even zoek.

Roodkapje voelt op oma’s rug

het koude zweet

en roept geschrokken:

Maar oma, volgens mij heeft

corona jou beet!

Sam uit klas J1.54

Vrouwendag

Op maandag 8 maart 2021 is het Internationale Vrouwendag. Een dag waarbij we allemaal stilstaan bij de vrouwenrechten en de strijd voor gelijkwaardigheid tussen vrouwen, mannen en alle genders daartussen. Meer dan ooit worden vrouwenrechten aangekaart: denk maar bijvoorbeeld aan de actie ‘een streep in het zand’. Gelijkwaardigheid is vandaag de dag nog steeds geen evidentie. Daarom willen wij als dienst Gelijke Kansen van Stad Hasselt de Internationale Vrouwendag extra in de kijker brengen en daarvoor hebben we jouw hulp nodig! We lanceerden vandaag een oproep om gedichten te schrijven. Gedichten over ‘vrouw’ zijn, zich vrouw voelen, bewonderen en vereren, recht, gelijkheid en feminisme. We willen iedereen oproepen om in de pen te kruipen en hadden daarvoor graag jouw hulp ingeroepen. We verwachten zeker ook gedichten met een gelovige inslag.

Stuur je gedicht vóór 2 maart naar gelijkekansen@hasselt.be of surf naar www.hasselt.be/vrouwendag.

Papa en Mama tegelijk

In het bad vroeg mijn kleine van acht jaar:

“Mama , wie is God?”

Het was even stil….Ze gaf zelf het antwoord:

“Ik denk papa en mama tegelijk…”

Ja, kinderen, ze zijn nog maar pas “van de schoot van de Vader gerold”, zij voelen het hart van God nog zo zuiver aan!

Gods hart, daar klopt het hart van vader en moeder tegelijk….

Op de berg, laat God in het evangelie in deze 2e vastenweek, zijn vaderlijke en moederlijke hart zién. Zijn Liefde verlicht en verheerlijkt zijn Zoon. Petrus en Johannes zijn getuigen en zo ook, wij! God laat ons weten: “ Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem….!”

Méér dan Zijn Zoon kan God ons niet geven, Het is het meest dierbare van wat Hij ons geven kan. God hoopt uit de grond van Zijn hart, dat wij toch maar een beetje van Zijn Liefde zouden begrijpen en meenemen in ons hart…en zouden luisteren naar Hem.

We hebben zo’n nood aan mensen, vaders en moeders, met een hart gelijkend op God.

Frisse wind

Er is iets op til, een voelbare verandering strijkt als een frisse wind langsheen mijn poriën.

De nood aan een verademing is vergelijkbaar met een niet te stillen honger.

Alle gangbare paden zijn reeds meermaals bewandeld, vernieuwing is een nieuw streven.

Een diepe zucht brengt me even terug naar de realiteit.

We leren de eenvoud te omhelzen, de waarde in te schatten van wat ooit verloren leek.

Wat ooit scheen lijkt nu verbleekt.

Een frisse wind bedaart de gemoederen.

Ik zie hoopvolle gebeurtenissen om me heen.

We klimmen uit deze impasse als een wankel leeuwenwelpje in een ruim habitat.

We zijn dapper volk.

Rosanna