Licht

als mijn opi me verhalen vertelt
word ik vanbinnen rustig
dan hoor ik hoe de vogels fluiten
en ruik ik het parfum van omi

in zijn zetel vertelt opi dan
ik luister terwijl ik koekjes eet
de hond luistert terwijl hij slaapt
van binnen voel ik me licht

(Zita uit klas J2.24)

Stilte bij Jou

De mooiste muziek

is de stilte bij Jou,

mijn God…

zo innig, intens en doordringend lief.

Ik baad mijmerend in die Liefde

vergetend hoe donker eens

mijn inzij was,

vergetend hoe zwart ik verfde,

kerfde, in mijn ziel.

Nu ben Jij daar, en

spreken doe ik niet.

Ik luister.

‘k Hoor zacht gefluister.

Nee, spreken kán ik niet.

Zal dit lied oneindig duren?

Ik, ik weet het niet.

‘k Wil enkel Jouw Stilte horen

Alle ontij heeft haar stem verloren.

Kom met Jouw Stilte, God…

Ik houd de wacht…

… hoor zacht gefluister.

Ben Jij dáár, Grote God?…

Mieke

Bron van liefde

Voor de 2de zondag van de maand wordt van mij verwacht dat ik o.a. als gelovige christen kijk en luister naar de bijbelse lezingen die wij in de eucharistievieringen voorlezen. Vervolgens mogen wij er commentaar op geven. Vandaag wil ik mijn commentaar deels plukken uit de bijbelse teksten van dit weekend. Jezus roept ons op om elkaar lief te hebben. Liefde stelt ons in staat om onszelf te overstijgen. Jezus geeft ons de kracht om iets van Gods nabijheid te ervaren. Met de ogen van de wereld kan deze oproep, kan die uitnodiging om ‘zo’ lief te hebben, simpel of zweverig overkomen. Maar niets is minder waar want in het spoor van Jezus, die goede Man uit Nazareth, hopen wij God toch te mogen proeven als een ‘Bron van liefde’.

Morgen is het lente

Er spelen weer kinderen in mijn straat,
want morgen is het lente.
Morgen zal ik leven,
en alles zal nieuw zijn voor mij:
de bloem, de honing en de bij.
Alle pijn is dan voorbij,
want morgen is het lente en mei.
Dan zal ik zacht jouw haren strelen,
terwijl jij de mooiste bloemen plukt
zal ik jou mijn lentebruidje noemen.
Want morgen is het lente…

Jozef V.

Samenkomen – ontmoeten

Saamhorigheid, solidariteit, elkaar ontmoeten blijken zo noodzakelijk in deze coronatijd. Jongeren blijven elkaar opzoeken, ondanks regels en maatregelen. We horen dat mensen hun krachten bundelen om samen iets te doen voor de zwaksten. Vrijwilligers zetten zich in voor het vaccinatieproces. Sint-Vincentiusverenigingen delen meer voedselpakketten uit aan gezinnen dan voor “corona”. Er gebeuren grote inspanningen om ontmoetingen op een veilige manier mogelijk te maken. Het zorgpersoneel, aan het einde van zijn krachten, blijft patiënten een zo goed mogelijke zorg bieden. We kijken er naar uit om weldra weer samen te kunnen vieren ook in onze kerken. Hoe kunnen we anders verbonden blijven met onze Wijnstok, Jezus van Nazaret, als we ook rond en met Hem niet meer samenkomen, als we naar zijn Woord niet meer kunnen luisteren…Is Hij niet de spirit die ons drijft? De Geest die ons leidt?

Jouw God, mijn God – deel 2

Op een zondagnamiddag ontstaat er een heel onverwacht gesprek met een jonge buitenlandse werkman, die aan de spoorwegen aan het werken is. Hij vertelt over zijn geloof.
“Mevrouw,” zegt hij, “ik voel me vaak zo eenzaam in mijn geloof. Ik ben jong en heb vaak het gevoel om alleen in mijn geloof te staan.” Ik herken me in zijn gevoel. Zeg hem: “We zijn met zovelen die in stilte geloven…” Hij gaat verder: “Ik denk bovendien, dat we dezelfde God hebben. Mijn God IS uw God. Daarom heb ik ook zoveel interesse in het Jodendom, het Christendom. “ Zijn openheid ontroert me. Ik word enthousiast en zeg: “Ken je het boekje: ‘De Jihad van de liefde’? Dat verwoordt exact wat jij nu vertelt. Het is zo een mooi boekje!” Hij zegt dat hij het gaat lezen. Wat een fijn gesprek is dit! Wanneer ik de thermos en de tassen opruim, zeg ik oprecht: “Ik ga vanavond écht voor je bidden. Mag ik dat?” Hij legt zijn hand op zijn borst: “Ik word hier warm van…”
Met een zwaai, gaat hij verder werken.

Jouw God, mijn God – deel 1

Op weg naar het bos, zie ik werkmannen aan de overweg werken. En dat op een zondagnamiddag… Ik vraag of ze zin hebben in een tas koffie. Hoewel ze geen Nederlands spreken, knikken ze bij het woord “koffie”. Thuis haal ik koffie en fruit. Wanneer ik 1,5u. later de thermos, tassen en overschot van fruit weer ophaal, komt er een jonge gast naar me toe. “Namens mijn collega’s moet ik je bedanken voor de lekkere koffie.” Ik vraag of hij zelf een appel wil, daar er nog nét eentje over is. Hij bedankt vriendelijk. “Ramadan…”
“Zou Mohammed het niet goed vinden als je een appel eet, die uit vriendschap werd geschonken?”  Hij is vriendelijk, maar vastberaden: “Vanavond, na zonsondergang.”   “Dat is knap.” zeg ik. Ik twijfel en zeg het toch: “Ik merk dat je gelovig bent. Dat ben ik ook. Ik zal vanavond bidden voor jou, bij mijn God. Bid jij ook voor mij bij jouw God?” Hij is zichtbaar ontroerd. We herkennen iets in elkaar. (wordt vervolgd)

‘In Jezus blijven’

Een rare uitspraak? Daarvoor moet je je wel bewust zijn van wie Jezus is en wat hij voor jou betekent. Iets om over na te denken!
‘In Jezus blijven’ wil voor mij zeggen: je helemaal openstellen voor Zijn liefde door te luisteren naar Zijn woord en je te voeden met Zijn brood (in de H. Mis). Leven vanuit de liefde van Jezus is zich verbonden weten met alle mensen en met heel de schepping, waarvoor wij mee verantwoordelijk zijn. In de gelijkenis van de wijnstok en de ranken lees ik dat je gelukkig kan zijn als je leven verankerd is in Jezus. Zoals Hij ons liefheeft – zijn leven voor ons heeft gegeven – zo moeten wij elkaar liefhebben. Met Jezus verbonden blijven zoals de ranken en de wijnstok. In Zijn liefde blijven, dat is onze opdracht als christenen. Elkaar blijven liefhebben, zoals Jezus ons liefheeft. Zo blijven we in Hem en leeft Hij in ons.