Alleen

Alleen zijn, betekent niet eenzaam,
Alleen zijn, geldt niet als een straf.
Alleen zijn met mooie gedachten,
Gedachten neemt niemand je af.
Alleen zijn met dierbare doden,
Alleen met de herinnering.
Aan tijden die reeds voorbij zijn,
Aan alles wat kwam en wat ging.
Aan ongestoord in je kamer,
De dingen vertrouwd om je heen.
Een rustig en zuiver geweten,
Dan ben je gelukkig, alleen.
Wie zo het alleen zijn kan dragen,
Wie zo zich verzoent met zijn lot,
Die spreekt niet van eenzame dagen,
Die leeft in vertrouwen op God.