Een naam, een titel

Soms geven we elkaar een nieuwe naam om een bepaalde eigenschap in het licht te stellen. Denk maar aan de scouts waar elk lid een totem krijgt. Als we een bepaalde functie te vervullen hebben of een eervolle daad hebben gesteld, krijgen we ook een titel. Dit drukt uit dat je iets verwezenlijkt hebt of nog iets te verwezelijken hebt. Het kan dus ook een belofte inhouden. Wie deze belofte oneer aandoet, kan zijn titel ook verliezen. We zien het vaak bij leiders die die naam niet waardig zijn. Er zijn er slechts weinigen in de wieg gelegd om een groot leider te worden. Maar uitzonderingen bevestigen de regel. Je geeft jezelf ook geen naam of titel. Die ontvang je. Jezus ontvangt ook Zijn naam van Zijn Vader. Zijn Vader noemt Hem Zijn welbeminde. Die band drukt het evangelie uit als volgt: Jezus wordt de Mensenzoon genoemd, de Komende, de Messias, de Redder of Verlosser. Allemaal namen of titels die uitdrukken dat Jezus Gods eengeboren Zoon is. Omdat Hij met Zijn Vader verbonden blijft is Hij ook trouw in het belichamen van die Naam. Luister naar Hem.