Over opvoeding

Wanneer de periode van hun puberteit naderde, nam ik als moeder elk van de kinderen mee voor een paar dagen buiten huis. Dan praatten we ronduit over hun manier van leven, hun wensdromen, het familieleven, seksualiteit, de financiën. Ik raadde de kinderen aan om een vertrouwenspersoon te hebben, iemand aan wie ze alles wat op hun hart lag konden vertellen. Die vertrouwenspersoon was liefst niet een van de ouders, maar iemand die van op afstand de familie kende.
Ruzies met mijn man gingen dikwijls over de opvoeding. Ik was van nature ontvlambaar. Mijn man was rustiger. Wanneer het gesprek te heet werd stuurde mijn man mij naar de slaapkamer. Daar rookte ik een sigaret en werd ik terug rustig. Voor we gingen slapen gaven we elkaar een zoen. Dat was onze afspraak en het werkte.