Dement

‘Daar komen de dementerende toestanden binnen’, hoor ik zeggen. Ik kwam juist de ontspanningszaal op het werk binnen. Die uitspraak was op mij gericht. Het was de eerste keer dat ik zoiets hoorde. Ik had namelijk in mijn verstrooidheid twee dames van naam verwisseld. De opmerking was misschien als een grapje bedoeld, maar kwam op mij terecht als een vuistslag in mijn gezicht. Er wordt nogal wat in de pers over dementie geschreven. De dame die de uitspraak deed heeft een bejaarde oom die aan dementie lijdt. Dat maakte haar wellicht zeer gevoelig op dat domein. Ze moest duidelijk wat stoom aflaten. Maar ik stond op kookpunt. In mijn fantasie voelde ik allerlei zwarte gedachten tegen haar in mij opkomen. Gelukkig kwam het gezegde in mij op dat ik eerst zevenmaal mijn tong in mijn mond moet draaien vooraleer ik iets zeg. Ik kon mij beheersen. Maar het incident vergeten is nog niet voor vandaag. Hoe kan men minachting veranderen in achting?