Toch priester

Ik ben 35 jaar. Ik ben juist priester gewijd. Dat kwam niet zomaar. Mijn ouders waren goede mensen. Ik herinner mij dat ik als tiener iemand op een leugen betrapte. Dat mocht niet. Ik sloot aan bij een groep jongeren. We lazen de Bijbel. We toetsten onze ervaring aan de Bijbel. We baden luidop met elkaar. We trokken samen naar de wereldjongerendagen. Onze leiders waren geëngagerde mensen. Daar kwam ik tot het besef dat christen zijn een wereldgebeuren is. Ik wilde mij meer inzetten. Omgaan met meisjes kwam ter sprake. Dat sprak mij aan. Ik zocht echter mij in te zetten voor een betere wereld tegen de drang naar geld en voor het delen van bezit. Het huizen kraken zag ik als een stap naar een nieuwe maatschappij. Mijn interesse ging naar de minder bedeelden, asielzoekers, gehandicapten. Ik wilde ook aan wetenschappelijk onderzoek doen. Het werd mij te veel. Toevallig ontmoette ik een Jezuïet. Hij vertelde mij zijn roeping. Ik zocht hem meerdere malen op om klaar te zien. Ik werd Jezuïet.