Troost

Onze ‘Nood zoekt troost’-kapel is een plek waar veel mensen over de vloer komen om een kaars aan te steken, even te verwijlen, zorgen af te geven. Nood, pijn, vertwijfeling, verdriet is er genoeg, maar waar is onze schuilplaats van verlichting? En in hoeverre blijven we elkaar nabij als het verdomd lastig wordt, als ons de taal ontbreekt, als we de ander en/of zijn gedrag niet meer begrijpen? Samen miserie trotseren, is een catharsis op zich die aantoont hoe onvatbaar liefde of vriendschap kan zijn. Liefde en haat, geluk en verdriet, woede en vreugde … ze liggen dicht bij elkaar. De spanning tussen deze tegenpolen in zware tijden kunnen uithouden en ontstijgen, vraagt ook naast goede zelfzorg de steun van derden, poortwachters die troost en nabijheid kunnen bieden en zich hoeden voor oordelen en veroordelen, wetend dat we állen onvolmaakte mensen zijn. De nederigheid van zo’n steunfiguren in chaotische tijden is een zegen voor zij die in het oog van de orkaan staan. Wie kan/wil in deze hectische tijd dit engelengeduld nog opbrengen?!