De taxirit (2/2)

… vervolg van gisteren 

Wij staan stil in het verkeer en hij neemt zijn portefeuille. “Wat doet u nu, mijnheer?”
“Kent u het Loofhuttenfeest?”
“Ja, dat ken ik.”
“Bij onze feesten, zoals ook de grote verzoendag, delen wij met de armen. Maar dat is zo moeilijk, zijn er nog armen?”
“Oh, ja mijnheer, die zijn er”. Hij geeft mij 100 €.
“Mag ik uw gift aan de Zusterkens der Armen geven? Zij weten wie het het meeste nodig heeft.”
“Och, ik heb het niet zo met instellingen. Ik voel dat jij integer bent, ik wil graag dat u dat geeft.”
Bij mijn thuiskomst reken ik de taxirit af. Met de smartphone toont hij mij nog fier de foto’s van zijn kinderen.
“Dank u, mijnheer.”
“Tot ziens mevrouw, het was mij een waar genoegen.”