We zijn bemind.

Hebt u wat tijd? Lees Jesaja 41, 13-20. God trekt zich ons lot aan, omdat Hij genadig is. Onze paus zegt hierover: “Als ge in uw verhouding tot de Heer niet voelt dat Hij u teder bemint, ontbreekt u nog iets, dan hebt ge nog niet begrepen wat genade is.” Hij vertaalt de lezing van de profeet Jesaja waar God spreekt door de mond van de profeet: “Ik ben uw God, die u vasthoudt bij uw rechterhand, die u zegt: Wees niet bevreesd, Ik sta u bij.” God is zo nabij dat Hij zich voordoet als een mama die met haar kind spreekt op de toon van het kind … en het streelt: Wees niet bevreesd, Jakob, gij wormpje, gij wichtje … En het kind moet zich laten beminnen door Gods genade in ontvangst te nemen. De mens wordt niet rechtvaardig door het een of ander te doen maar omdat God hem streelt en op een tedere manier mooie dingen tot hem zegt… zelfs op het gevaar af dwaas te lijken… God is zo goed. De paus roept op de moed te hebben zijn hart voor Zijn tederheid te openen en te lezen hoe God als een mama een wiegeliedje voor ons zingt.