Uit handen geven

Als het avond wordt en alles lijkt stil te vallen, dan ben ik alleen met mezelf.
Stilletjes zit ik in het donker maar vanbinnen wordt het maar niet stil, het blijft er roeren.
De dag verzinkt in een zwaar hoofd en een lijf dat eigenlijk slapen wil.
Waarom niet even naar de sterren kijken, het lijf naar bed bewegen en de zwaarte voelen van de slaap. Het bed draagt en ondersteunt het vermoeide lijf. Rust komt eraan.
Mijn hand grijpt naar de paternoster. Elk kraaltje, een gebed in stilte opgezegd. Als een mantra, herhalend, bekend en vertrouwd. Maria, wees gegroet mijn bemiddelares.
Je luistert, ik kan uit handen geven. Ik voel me gedragen en warm vanbinnen. Jij kent mij en waakt over mij. Jij bent mijn haven en mijn toevluchtsoord. En de nacht draagt de belofte van een nieuwe ochtend waar ik er weer mag zijn en waar Jij bent voor mij.
Ik weet mij gezegend.