Met gezag

Jezus en zijn leerlingen kwamen in Kafarnaüm. En op sabbat gingen ze naar de synagoge waar Hij als leraar optrad. Zijn onderricht was anders dan dat van de schriftgeleerden. Hij onderrichtte met een gezag dat de mensen versteld deed staan. Onder de mensen was er een man, bezeten van een onreine geest. Die geest roerde zich ook en schreeuwde luid: ”Jezus van Nazareth, wat hebt Gij met ons te maken? Komt Gij ons in het verderf storten? Ik weet wie Jij bent, de heilige Gods.” En Jezus zei hem: ”Zwijg stil, en ga weg uit die man.” En onder luid geschreeuw verliet hij de man. Jezus leefde vanuit de stille verbondenheid met Zijn Vader, een diepe band die vele mensen kwijt waren. Hij kwam om weer te verbinden wat gebroken was. Maar niet iedereen wilde dat horen, het is het lawaai van de onderdrukker, die verwarring zaait in het ware verlangen. Jezus riep dat verlangen weer op. Dat deed de mensen versteld staan.