Geloven als een kind

Imke is bij oma op vakantie voor enkele dagen. Op een dag is ze echt niet zo flink. Oma toont een prentje van Jezus en zegt: “Zouden we aan Jezus zeggen dat we niet lief geweest zijn?” En Imke zegt:”Niet aan die Jezus, maar aan de echte”. Ze sluit de ogen… 

De nonkel van Jeroen is na een slepende ziekte overleden. Mama en papa zeggen aan Jeroen dat Bart nu een sterretje aan de hemel is. Bij het naar huis rijden hoort mama Jeroen zeggen: ”Ik wilde dat ik astronaut was. Dan kon ik nu naar het sterretje gaan en nonkel Bart goede dag zeggen”. 

Neefje Koen is komen spelen en in het naar huis rijden wordt hij gegrepen door een vrachtwagen. Hij sterft aan zijn verwondingen. Mama vertelt dit vol verdriet aan haar kinderen. De jongste van vijf jaar neemt een blad papier, tekent er een kruis op en een Jezus met tranen in zijn ogen.

Kunnen kinderen ons leren hoe we geloof en fantasie kunnen uit en bij elkaar houden?