Gebloemd

Ik ben een frêle klaproos
levend op schrale grond
weinig nodig
me bewust van het tikkende spanningsveld
tussen leven en dood.

Ik ben een volle sering
geurend en kortstondig bloeiend
alles gevend
voor wat me ter harte gaat.

Ik ben een eenzaam vergeet-mij-nietje
klein en vertrappeld tussen de straatstenen
als het leven me keldert of kwetst
in niet bevatten van wat er gebeurt.

Ik word een Levend sneeuwklokje
overwinterend bij grote koude en gure wind
op weg naar dat Ongekende Land
gelovend dat bij U alle seizoenen bloeien
en elke bloem – groot of klein –
zijn waarde behoudt.