Liefdevol nabij zijn

Vol eerbied hebben familie en vrienden tante Maria begeleid tijdens haar Verrijzenisviering. Ze was een stille vrouw die het welzijn van haar echtgenoot en zes kinderen steeds minzaam voorop plaatste. Ze straalde een warme kracht uit die goed deed aan allen die met haar omgingen. Toen ze haar huis voor een appartement in een stationsbuurt ruilde, weefde zich een mooi ritueel doorheen haar laatste jaren. Eén van de dochters spoorde naar het werk. Ze sprak met haar moeder af om naar elkaar te wuiven wanneer de trein in het station halt hield. Elke dag opnieuw, op hetzelfde tijdstip, ontvouwde zich dit eenvoudig gebaar. Moeder zwaaide glimlachend naar haar dochter vanuit haar badkamerraam en de dochter doorheen het treinraam. Wanneer tante Maria niet verscheen, telefoneerde de dochter om te horen wat er gaande was. Zorg dragen voor de ander, is elkaar ‘nabij zijn’… Hier groeide dit ‘ritueel op afstand’, uit tot een teder liefdesgebaar, wars van ‘afstandelijkheid’.