Palmzondag

Misschien kennen jullie dat evangelie nog, waar Jezus, rijdend op een ezel in Jeruzalem wordt onthaald als een koning. De mensen van die tijd herkennen de taal, de tekens, en weten dat Hij hun Verlosser is. Hij rijdt op een ezel, voor de Joden toen een gewoon pak- of rijdier. De mensen riepen Hosanna, dat betekent: red ons. Het is een juichkreet voor Jahweh of een hooggeplaatst persoon waarin ze om zijn zegen smeekten. Ze wierpen hun mantels op de grond: een eerbewijs aan hooggeplaatste personen. Ze roepen: Zoon van David. Ze zien in Hem een nieuwe koning. In ieder geval: iedereen erkent Hem als de Messias, waarover de profeten schreven. Een nederige koning voor de nederigen. Maar ze reageren totaal anders. De tempelautoriteiten voelen zich bedreigd en vinden Judas, de verrader, in hun hulp Hem te doden. De gewone mensen weten dat Hij hen zal verlossen. Ze zijn pretentieloos, en geven eer aan wie eer toekomt. De kwestie blijft, we erkennen Hem, zonder uitleg over ezels en mantels. Het gaat erom Hosanna te roepen, durven zeggen: red ons, Heer.