Over de kerk

Volgens mij zijn spiritualiteit, symboliek en tijdloze verhalen belangrijke noden in de mens. Die zullen blijven. De kerk biedt een antwoord op die noden. Ze zorgt voor structuur en verbondenheid. Een kerk die iets wil te bieden hebben moet durven kwetsbaar te zijn. Ze dient radicale keuzes te maken die ingaan tegen de hoofdstroom van de samenleving. Ze moet zout durven zijn, smaak bieden. Het kan zijn dat de kerk steeds kleiner wordt. Dat moet ons niet verontrusten. Uit een mostaardzaadje kan een boom groeien. Blijven graven naar de bron tot er terug drinkbaar water opkomt. De kerk dient met mensen op weg te gaan waarbij vooral het samen op weg gaan telt en niet zozeer de aankomst. Voor de kerk net als voor Jezus zou kwetsbaarheid een kracht moeten zijn. Het is pas als je alles verliest (macht en verworven rechten) dat er terug kan opgebouwd worden. Ik ben er van overtuigd dat er altijd een plaats zal blijven voor de kerk in de samenleving: stilte, spiritualiteit en verbondenheid, symboliek, rituelen en verbondenheid blijven belangrijk.

 

Metterdaad

Waarachtigheid. Daar draait het om in de lezingen van deze zondag. Hoe kan je zeker weten dat iemand van je houdt? Dat zie je aan zijn daden. Zoals ook echte vrienden iets voor mekaar overhebben. Hebben we dan bewijzen nodig? Bestaat er niet zoiets als blind vertrouwen? Zalig degene die gelooft zonder te zien. Menselijk gezien hebben we zo nu en dan een teken nodig. Een blijk van genegenheid. Een vrucht van liefde. Het onzichtbare wordt tastbaar. Het kan ook niet anders dan dat dat waarvan het hart van vol is naar buiten komt. Zet je lamp niet onder de korenmaat. Geef handen en voeten aan je geloof. Zodat er vonken van kunnen overspringen op je naasten. Geen activisme of prestatiedrang maar veruiterlijking van een innerlijke bries. Die innerlijkheid mag verdiept worden. Het komt wel degelijk van binnenuit. En daar leeft een niet ophoudend vuur. Als je verbonden blijft met Hem via je persoonlijk gebed, zal je leven in overvloed. Zo zal de goede boodschap uitgaan tot de uithoeken der aarde. Samen één.

 

Marcus Borg (2/2)

Toen Jezus van Nazareth binnen een bezielde gemeenschap gelovig open bloeide, drong het steeds sterker tot Hem door dat God – wiens nabijheid Hij mocht ervaren als een warme, tedere dynamiek van liefde – ook een God was die wilde leven ‘in’ en wilde werken ‘met’ mensen. Daarom wilde Jezus zich ook inschakelen in die goddelijke beweging voor meer menselijkheid. Ook Hij droomde, in het spoor van de profeten, van meer barmhartigheid en meer gerechtigheid. Als God mag gebeuren in en met mensen dan kon en kan het christendom een voertuig worden van het goddelijke en zo werd en wordt er dan een weg gebaand, een levensweg, zo vertelt Marcus Borg. Onderweg zie je dan mensen veranderen. Tijdens de momenten van samen zijn en samen bidden kan ook dan in hen Gods geestkracht groeien. Die kracht, dat ‘Meer’, dat Ware, die diepe ervaring kreeg in die Man van Nazareth ten volle kans om open te bloeien. In dat geloof proberen nu christenen te groeien en dit in een heel andere tijd en in een nieuw leefklimaat.

 

Marcus Borg (1/2)

Over het hart van het christendom…
Marcus Borg is een Zweedse theoloog die vele jaren in Amerika als prof verbonden was aan enkele universiteiten. Hij vertelt boeiend over de kern van het christendom: “Godsdiensten proberen met eenvoudige, beperkte middelen een voertuig te zijn voor het heilige,” zo vertelt hij beeldrijk. “Religies zijn denkbeeldige, creatieve constructies van mensen. Ze proberen iets op te roepen van het heilige dat ze in onze éne werkelijkheid mochten en konden vermoeden en ervaren.” Ze proberen iets te bemiddelen van het ‘meer’ dat ze af en toe ontdekten. Een godsdienst zoals het christendom ontstond in een specifieke, Joodse omgeving en zo’n omgeving was destijds uiteraard gekleurd door een bepaalde taal maar ook door verhalen en visioenen die door Joodse profeten werden opgeroepen en ook werden doorgegeven. Die Man van Nazareth groeide op in die gemeenschap waar profetische wijsheid zorgvuldig en als waardevol beleefd werd.
Wordt morgen vervolgd…

Theaterschool

Ik zat op theater en dat was superleuk.
Ik had altijd plezier en lag vaak in een deuk.

De leraar zei op een keer: Je hebt veel talent
en vulde nog aan:
‘Dat komt waarschijnlijk
omdat je bent wie je bent!’

Ik hou van dansen
en ik hou van springen.
Maar wat ik het allerliefste doe,
is zingen.

Ik zong A
en de regisseur zong B.
Na een tijdje zong de hele crew
met ons mee.

Iedereen moest lachen,
want het was zo leuk en fijn.
De leraar zei: ‘Dit doen we nog een keer,
maar dan met jou als kapitein!’

Dessy uit klas 3VV3

Kapsalon

Iedereen moet hier regelmatig passeren, hé. Ik moet bekennen dat ik al zo veel kapperszaken heb bezocht, dat mijn 2 handen ze niet meer kunnen tellen. Ik voel er mij niet gemakkelijk thuis. Ik merk dat ik wel niet de enige ben die uitkijkt naar een huis van sereniteit waar toch aan je eigen lichaam wordt getooid. Ik hoor niet zo graag praten over iemand, maar kies er liever voor te praten met. Dat bouwt wel een ander verhaal. Sinds een aantal jaren heb ik m’n stek uiteindelijk gevonden: alles zo natuurlijk mogelijk, van kleuringen tot kapmantels van eucalyptusbladeren. Maar daarnaast is de sfeer gemoedelijk en fijn. Er wordt oprecht gedeeld in lief en leed, gesteund en getracht elkaar vooruit te helpen. Recepten, maar evengoed natuurlijke geneesmiddelen als vormen van aangepast onderwijs … het komt allemaal aan bod vanuit een menslievende dienstbaarheid. Laatst werd ik er nog zo door geraakt: God is zelfs te vinden in ons kapsalon. Wonderlijk, toch. Meer dan ooit geloof ik dat Gij werkelijk overál aanwezig zijt. Als ik het maar zie, hoor, voel ..

Dwaze liefde

“Als je veel naar elkaar kijkt, ga je een beetje op elkaar lijken”, wordt wel gezegd. We kunnen dat soms ook vaststellen bij oudere koppels, die zoveel van elkaar zijn blijven houden en zoveel in liefde naar elkaar hebben gekeken, dat ze elkaars ‘trekken’ hebben gekregen… Zo mogen we dat ook vaststellen bij Jezus en Zijn Vader. Voortdurend zijn ze op elkaar gericht. Zegt Jezus zelf niet: “Wie mij ziet, ziet de Vader?” In het evangelie van dit weekend zegt Jezus van zichzelf: “Ik ben de goede Herder.” Tegelijk vertelt Hij de inhoud daarvan. Hij geeft twee kenmerken: Ik kén de mijnen en Ik geef mijn leven voor hen. Onmiddellijk daarbij laat Jezus weten: “Ik doe dit vanuit de Liefde die ik van mijn Vader ontvang! Hij heeft Mij het eerste bij mijn naam genoemd om jullie bij naam te kunnen noemen. Ik mag doorgeven wat ik gekregen heb. Mijn vader verlangt niets liever.” De kern van Jezus leven mag ook steeds meer de onze worden… Een beetje ‘dwaas’ in de ogen van de wereld. Een teken dat we juist goed bezig zijn!