Mijn geliefde bomen

Ach, die stoere, stille kindervrienden van mij. Ze hebben me steeds zo veel verteld. Ik heb er mij altijd zo goed mee kunnen identificeren al naargelang mijn gemoed. De kaarsrechte bloesems van de kastanjebomen die zo fier staan voor wat ze zijn, helpen me wel mijn rug te rechten, met de kin vooruit en ondanks alle pijn verder te gaan. Sluierende treurwilgen drogen a.h.w. mijn tranen en werken vaak troostend. Oude, knisperende beukennootjes onder mijn voeten vrolijken een herfstgemoed zo op. Bomen volgen gewoon hun eigen ritme en zijn. Konden wij mensen dit maar even gemakkelijk: buigen met striemende wind en loslaten zonder enig omhaal. Het zijn meesters van storm en stilte. Ze leren ons wachten én wachten, verduren als geen ander … tot het weer lente wordt. Ze zijn pelgrim en ze zijn verbonden: de aanvullende tegenstellingen net als bij de mens. Eugeen Laridon schreef: ‘Vrienden zijn als bomen, op een goede afstand van elkaar geplant. Zo moeten ze elkaar niet betwisten, kennen geen afgunst, maar nodigen wel elkaar uit hoger te groeien.’