Leeuwenhart

Open vlakte, oever in zicht,
vertroebeld water,
versteend silhouet,
schaduwdans.

Turbulente safaritocht,
als metgezel de hittegolf,
fauna en flora,
achterlatende bandensporen.

In ’t vizier
de woeste blik van een prachtdier.
Wie geeft om wie hier?
Trotsheid verscholen achter een rots,
beschermend over moederdier en welpjes.

Menselijke angst en lafheid,
tweeloop jegens leeuwenhart.
Vertwijfeling alom,
de aloude jager keert zich om.
Leeuwenhart brult,
een schaamteloos, oneerlijk gevecht.

Ieder gaat voorts zijn eigen weg,
valavond bij volle maan.

Rosanna