Vrede

In een uitzending van Radio Maria werd gebeden voor de vrede in de wereld … Wat een resem landen werden opgesomd: van Senegal, Mozambique, Irak, … tot Pakistan, Noord-Korea, Mexico, Venezuela en Oekraïne … Spontaan dacht ik: is er in ons eigen hart tevens zo veel onvrede? Hoe klein het zaadje ook, oorlog begint in een mensenhart. Jammer genoeg! Vrede blijft een werk van lange adem, van alle tijden en opgave voor elke mens in tal van situaties. Het is een attitude en vroeg geleerd is oud gedaan. Vandaar het belang voor onze kinderen en kleinkinderen: hen leren wrevel en ongenoegen te benoemen, hen aanmoedigen tot respect voor elkaar en ieders mening, hen uitnodigen een hartelijk gebaar te stellen naar het vriendje waarmee ze het lastig hebben … Maar misschien vooral het voorbeeld tonen als ouders. Confucius zei al: ‘Vertel het ons en we zullen het vergeten. Laat het ons zien en we zullen het ons herinneren. Betrek ons en we zullen het begrijpen.’ Vrede, een werk van elke dag!

Conflict (l)eren

Een eindwerk van een gestalttherapeut in spe besprak conflict. Behalve de chimpansee, die trouwens 98% gemeen heeft met de mens slaan dieren niet op de vlucht voor hun eigen soort en moorden deze ook niet uit! Onze multiculturele samenleving weerspiegelt hoe moeilijk wij het hebben met het aanvaarden van verschillen. Deze hoeven niet per se te stranden in wrijving. Constructief kunnen ze naar (betere) bepaling van onze behoeften en noden leiden en duidelijkere afbakening van onze grenzen. Ontkennen van onze verschillen sticht zelfverlies. Een conflict hebben, toont aan dat we op elkaar betrokken zijn. Het is zaak om uit te zoeken wat precies de spanning verwekt en welke verlangens elkeen koestert. Spanning voelen en uithouden, wordt als oncomfortabel ervaren. Hoe kunnen we een en-en-verhaal creëren? Door onze verschillen te (leren) waarderen en ze niet te nivelleren tot eenheidsworsten wordt ieders leven verrijkt. Zich distantiëren is een soort ontkenning van elkaar, waar mijn gelijk strijdt met het jouwe. Hier is veel angst voor conflict. Herkenbaar?

Concurrenten

Ik was zo verbaasd toen een vriendin me onlangs vertelde dat ze van plan was om te solliciteren bij de ‘concurrenten’. Gek toch, waarom spreken wij al van meet af aan van tegenstanders als we ons op weg zetten – misschien naar een andere dienst binnen dezelfde onderneming of naar een nieuwe organisatie. Opmerkelijk wat een strijd er al in onze taal is verweven. De werknemers van een andere onderneming zijn in feite toch ook collega’s die net als wij pogen hun job naar behoren uit te oefenen? Zo zie je maar weer, hoe veel afhangt van de bril waarmee wij toekijken en hoe bevooroordeeld we (te) vaak zijn. Ik meen dat ik mag zeggen dat oordelen en veroordelen een werkpunt is voor ons allemaal … ja, ons leven lang. Haar uitspraak gaf mij de kans na te gaan op welk terrein mijn concurrentie is gesitueerd. Misschien kan dit wel een insteek zijn om mee te nemen in gebed en de Heer te vragen me te tonen, te laten voelen waar ik in de strijdmodus bezig ben. Ligt het eerder in de hobbysfeer, in mijn presteergedrag of in mijn vriendenkring?

Wat is bidden? (2/2)

Soms gebeurt het dat we door te bidden plots los kunnen komen van onszelf. In een kerkje in Jorwerd (Nederland) lazen we dit gedicht:
Uit straten ronkend en rumoerig
heb ik een weg, een plek gezocht
ik vond, het hart beklemd en roerig,
een huis gebouwd uit ademtocht.
Uit woordenvloed ben ik gekomen,
genaderd tot de bron van rust,
niet om er zomaar weg te dromen
maar stil te zijn naar hartelust.
Hier klinkt de taal niet angstaanjagend
en daal ik tot mijn wezen in,
in stilte die bevrijdt, ontwapent,
een stem die spreekt van dieper zin.
Het veilig masker mag doormidden,
ik toon mezelf een waar gezicht,
terwijl- geopend- handen biddend,
ontvangend, weerloos, vederlicht.
Ik voel me als herdacht, herboren,
het eelt, de ziel opnieuw doorbloed,
ik ga, weer mens als ooit tevoren,
de wereld anders tegemoet.

Van: Eppie Dam

Wat is bidden? (1/2)

We moeten het maar volhouden, hé, dat bidden… Niet wetende of we gehoord worden.
En toch…
s‘ Morgens doe ik een kaars aan, zet me rustig, open m’n handen, en praat met Jezus. Vraag Hem om voor verschillende mensen zorg te dragen. Daarna volgt een stil gebed: “Jezus, zoon van de levende God, kom in mij…”
Rustig ademend, steeds herhalend in stilte.
Er komt een soort rust.
Verder is het: vertrouwen dat het gebed wordt opgepikt en dat Jezus in m’n hart WIL komen. Dat Hij zich op aarde WIL LATEN zien.
Onlangs las ik het boek van Betty J. Eady. Zij had een bijna-dood-ervaring en leerde hierbij heel veel wijsheden. Ze schrijft: “Een gebed dat met héél veel vertrouwen wordt gebeden, is als een pillicht dat récht omhoog schijnt. Tot helemaal boven. Daar staan de engelen klaar om je te helpen waar het mogelijk is.”
Zulke dingen doen me met nóg meer vertrouwen bidden.

Eeuwig leven

Hij zei: “Ik ben het levend brood, en het brood dat Ik u zal geven is mijn vlees voor het leven van de wereld. En zo gij mijn vlees niet eet en mijn bloed niet drinkt, dan hebt gij het leven niet in u.” Hier breken we ons verstand op, ook omdat deze woorden moeilijk te slikken zijn. Een simpel gezegde helpt wel om bij de kern te komen: ‘Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.’ Het spreekwoord legt zichzelf wel uit als je je afvraagt: wiens woord spreek ik? Dan weet je wiens brood je eet. En die waarheid was voor velen hard en ze dropen af. Behalve de twaalf, die Hij uitverkoren had. Hij vroeg hen: “Wilt ook gij misschien heengaan?” Maar Petrus zei: “Naar wie zouden we anders moeten gaan, Gij hebt woorden van eeuwig leven.” Diep in ons geloven we in eeuwig leven, we ervaren het soms. Jezus weet ook dat ‘eeuwigheid’ voor ons zo een moeilijk woord is, dat je het niet in één keer leert. Hij wilt van ons horen of we willen leren. Dan moeten we bij Hem blijven. Wie heeft anders woorden van eeuwig leven? Wie anders leert ons?

En Gij, Heer

Ja, en Gij, Heer?
Mag Jij mee op vakantie?
Als ik een oud vervallen kerkje binnenwip,
als ik een kaarsje ontsteek voor een zieke,
als een onverwachts, diep gesprek
in den vreemde mij wijst naar Jou,
de Overal Tegenwoordige?

Maar ook thuis, met verlof in m’n eigen tuin
komt Gij onaangekondigd aanbellen:
of ik mee wil naar zee met een vriendin
of ik wil aanschuiven bij de barbecue
van m’n overbuur
of ik even wil oppassen bij een ziek kind …

Zoveel visites breng Jij ons – maar
merk ik ze op? En steeds weer klop Je aan
– onvermoeibaar – altijd even barmhartig …
Ook als we met vakantie zijn
en onze planning ‘zelf’ hebben opgesteld …
Kan ik Jou dan binnenlaten?
Maak ik extra tijd voor Jou?
Laat ik mijn agenda varen …?