Engelen

De profeet Elia die zich geroepen wist door Jahwe, God, komt terug van een lange tocht. Hij had gepredikt maar kreeg weinig gehoor. Hij vraagt dan aan God: “Laat mij maar sterven, het wordt mij teveel.” Doodmoe en zonder eten legt hij zich neer onder een bremstruik. Vervolgens komen twee engelen na elkaar met eten hem toch maar aanmanen om te eten. Hij at, dronk en sliep en ’s morgens ging hij toch weer op stap. “Ik heb veel engelen op mijn weg ontmoet”, zegt de zieke die heel moeizaam herstelde. En hij vertelt dan over aandachtige dokters en meelevende verpleegsters. Een nog jonge man had een heel bewogen leven achter de rug. Nu stond de dood voor de deur. Samen met hem mocht ik terugkijken op zijn leven van vallen en opstaan. Bij dit omkijken werd ik geholpen door zijn vriendin. Ze zei: “Ik heb steeds opnieuw het goede in hem willen ontdekken.” Hij wees naar zijn vriendin en zei: “Koekebrood.” Die Man van Nazareth werd in het evangelie destijds ook ervaren en beschreven als koekebrood.