Eeuwig leven

Hij zei: “Ik ben het levend brood, en het brood dat Ik u zal geven is mijn vlees voor het leven van de wereld. En zo gij mijn vlees niet eet en mijn bloed niet drinkt, dan hebt gij het leven niet in u.” Hier breken we ons verstand op, ook omdat deze woorden moeilijk te slikken zijn. Een simpel gezegde helpt wel om bij de kern te komen: ‘Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.’ Het spreekwoord legt zichzelf wel uit als je je afvraagt: wiens woord spreek ik? Dan weet je wiens brood je eet. En die waarheid was voor velen hard en ze dropen af. Behalve de twaalf, die Hij uitverkoren had. Hij vroeg hen: “Wilt ook gij misschien heengaan?” Maar Petrus zei: “Naar wie zouden we anders moeten gaan, Gij hebt woorden van eeuwig leven.” Diep in ons geloven we in eeuwig leven, we ervaren het soms. Jezus weet ook dat ‘eeuwigheid’ voor ons zo een moeilijk woord is, dat je het niet in één keer leert. Hij wilt van ons horen of we willen leren. Dan moeten we bij Hem blijven. Wie heeft anders woorden van eeuwig leven? Wie anders leert ons?