Concurrenten

Ik was zo verbaasd toen een vriendin me onlangs vertelde dat ze van plan was om te solliciteren bij de ‘concurrenten’. Gek toch, waarom spreken wij al van meet af aan van tegenstanders als we ons op weg zetten – misschien naar een andere dienst binnen dezelfde onderneming of naar een nieuwe organisatie. Opmerkelijk wat een strijd er al in onze taal is verweven. De werknemers van een andere onderneming zijn in feite toch ook collega’s die net als wij pogen hun job naar behoren uit te oefenen? Zo zie je maar weer, hoe veel afhangt van de bril waarmee wij toekijken en hoe bevooroordeeld we (te) vaak zijn. Ik meen dat ik mag zeggen dat oordelen en veroordelen een werkpunt is voor ons allemaal … ja, ons leven lang. Haar uitspraak gaf mij de kans na te gaan op welk terrein mijn concurrentie is gesitueerd. Misschien kan dit wel een insteek zijn om mee te nemen in gebed en de Heer te vragen me te tonen, te laten voelen waar ik in de strijdmodus bezig ben. Ligt het eerder in de hobbysfeer, in mijn presteergedrag of in mijn vriendenkring?