HER-innering(en)

Op een zonnige herfstdag werd ik zo heftig opgeroepen om een wandeling te ondernemen in een dorp, nog stil en landelijk aan de voet van de Vlaamse Ardennen. Ons Elza kon het zo mooi zeggen, hoewel ze anders weinig spraakzaam was. Maar de gehechtheid aan haar thuisoord lichtte op uit de sprankel van haar ogen bij het noemen van deze plek. Ja, zij riep me warempel naar dit rustige stekje en ze wandelde mee door het glooiende landschap. Hoe goed kan het zijn een diepe, nostalgische roep te volgen: een stukje beroepsleven van weleer in de zorgsector te mogen en kunnen her-inneren, terug wakker te maken in m’n innerlijke gevoelsleven. Het deed me zo’n deugd! Dankjewel, Heer, Gij weet altijd wat ik nodig heb. Als ik maar Uw Fluisteringen kan opvangen en –volgen. Zo kunnen we onze overledenen levendig houden. Ze zijn pas echt dood als wij hun naam niet meer noemen, schreef Marinus Van den Berg, gewezen pastor en schrijver van veel boeken i.v.m. verlieservaringen. NOEM zijn/haar ‘naam’ en een zinvol gesprek zal zich ontspinnen. Doen!

Uit de kast komen

Dankzij holebi’s is deze uitdrukking ons bekend. Ik las een artikel van een homoseksueel, die vertelde hoe dat voor hem verlopen was. Het was voor hem een feit dat ‘uit de kast komen’ iets is dat je een leven lang moet doen. Hij vertelde: eerst zeg je dit aan je ouders, dan aan je vrienden, op school, in de jeugdbeweging, in je sportclub enz. Later op je werk. Het is altijd beangstigend, want er zullen altijd mensen zijn die je afvallen. Een goede relatie duldt geen verborgen leven. Toen ik dit las dacht ik: ‘uit de kast komen’ is niet alleen een probleem voor holebi’s, iedere mens moet regelmatig ‘uit de kast komen’. Heul je met de groep mee, terwijl jezelf heel anders denkt? Durf je zeggen op je werk dat het werk jou ook niet altijd voor de wind gaat? Kortom, durven we gewoon kleine mens zijn, ons zwak opstellen, ons afhankelijk maken? Als de hoop in het goede van je naaste verloren is, dan kan je die pas terugvinden door uit de kast te komen. En dat vraagt moed. Maar weet dat je niet alleen bent. Want velen willen een opener leven in hun omgeving.

Vrucht(en) dragen

De Heer verbond,
de Heer scheidde … onze wegen.
Jahwe geeft en neemt, zegt Job.

Mijmerend bij deze gedachten
zie ik op het bospad vlak voor mijn voeten
twee identieke, kwetsbare vlindertjes …
een redelijke afstand van elkaar …
zoals bomen met voldoende tussenruimte
opdat eigen groei en bloei mogelijk is.

Ik ben me bewust:
ik ken zo weinig van liefde, van trouw.
Gij alleen, Heer, kent mij ten diepste toe.
Dat Uw Wil geschiede,
daar kan ik me geheel in vinden.
Voor U, Onnoembare, is niets tevergeefs.

Hoe zwaar ook dit kruis,
ik zal het niet ontvluchten
ik wil het dragen, samen met U.

Want ik voel van binnen
waar het zo’n pijn doet, het is ook Vruchtbaar.

Zien!?

“Raboeni, ik zou willen zien, Ú willen zien!” Bartimeús zijn verlangen was zo groot, dat hij op Jezus bleef roepen! Tot vervelens toe. Hij was blind. Ik vroeg mezelf af: “Verlang ík nog iets te zien?” Iets meer dan ik al zie? Mijn ogen zíen, ik ben niet blind. Zou ik Jezus, God willen zien? In mijn hart sluimert dat verlangen zeker. Ik besef ook, dat er een veel grotere werkelijkheid bestaat dan ik met mijn ogen kan zien. Het is precies buiten het bereik van mijn blik. Is dat wel zo? Voordat Jezus op de wereld kwam, had niemand nog God gezien. Sindsdien is God zichtbaar geworden voor het blote oog, mits we zuiver van hart zijn.(Mt. 5,8) Zit dáár de moeilijkheid niet? Ons hart is dikwijls niet vrij, niet zuiver en daardoor is ons oog blind. Terwijl God altijd zichtbaar blijft en ons zelfs ogen geschonken heeft om Hem te zien. Ja, we hebben Jézus nodig om tussen beide te komen, om ons hart te zuiveren en ons de ogen te openen. Wacht Hij niet op óns roepen op Hem, gelijk de blinde Bartimeús vol verlangen, onvermoeibaar riep.

Stap voor stap

In het christendom werd gesproken, geschreven en getuigd dat God als het ware een stap zette naar de mensen. Die stap, die nabijheid werd vooral ervaren in de jonge, christelijke geloofsgemeenschappen. In die hartelijke gemeenschappen schreven ook de bijbelse schrijvers het Nieuwe Testament. Ze vertelden stap voor stap dat ze in Jezus iets mochten ervaren van Gods gedrevenheid, van Gods Geestkracht. Ook na Jezus’ kruisdood verkondigden zij dat Gods Geestkracht, die Jezus ten volle bezielde, hen nabij bleef. In de jonge kerkgemeenschappen werden die ervaringen later een ‘Paaservaring’ genoemd. Gods Geestkracht die zij in Jezus ten volle mochten ervaren bleef ook in hen aanwezig en daarover getuigden zij.

Verbeelding verandert.

Meer dan eens werd geloven in God gezien en beschreven als een inbeelding. Maar onderzoekers en wetenschappers noemen dit een te verwaarlozen projectie of fantasie. Maar vandaag zijn er weer andere wetenschappers, o.a. godsdienstsociologen die zeggen en schrijven: “Niemand heeft God ooit gezien. We kunnen Hem alleen verbeelden en dat is iets anders dan inbeelden.” En ze voegen er dan ook aan toe dat de beelden verschillend kunnen zijn naargelang de periode waarin men leefde. Toen mensen en gemeenschappen mondiger werden, meer persoonlijk, meer zelfstandig of autonoom, leidde dit ook tot andere beelden over God. Het is goed en nodig dat ervaringen van goddelijke nabijheid in ons en tussen ons vandaag worden opgeroepen door nieuwe beelden. Een groep jongeren – onlangs op kamp – koos unaniem voor het beeld: ‘dynamiek van Liefde’ om de ervaring van Gods nabijheid op te roepen.

De herfst

‘De herfst is in ’t land’, zo begon vroeger mijn opstel. En nu kan ik schrijven: de herfst is in mijn leven. Een totaal ander opstel. Over de herfst schrijven als je nog in de lente van je leven bent is totaal anders dan erover schrijven als je er zelf midden in zit. De kleurenpracht blijft, zeker deze herfst. Het rood, het geel, het bruin, de groene tinten verbonden door helderblauw. Ik zag die kleuren in de herfstzon. Zonder licht, geen kleur. Ik dacht: ik word ouder en ik voelde me daar nog comfortabel in omdat het nog niet zo is. Mijn comfortzone verdween snel toen ik besefte dat ik op de drempel van ‘oud worden’ sta. Nu schrijf ik over mijn herfst, met zijn kleuren en zijn licht en voel hoe mooi een herfstleven kan zijn. Hoe ik nog kleur en licht kan geven. Op de drempel staan heeft te maken met een nieuw begin. Een andere manier van zijn. Andere kleuren, ander licht. Herman Gorter schreef ooit: ‘een nieuwe lente een nieuw geluid’. Ik ben Herman Gorter niet maar ik begrijp hem wel en ik vertaal voor mij: ‘een nieuwe herfst, een nieuw geluid’.