Breken

Recent kwam het woord ‘breken’ in een homilie sterk bij me binnen. De priester wees erop dat breken enerzijds kan betekenen kapotmaken, maar evengoed bedoeld is als delen: het verdelen van brood, van wat we (over) hebben, van onze voorraad/overvloed, van de vele dingen die we bezitten, gretig verzamelen en/of nauwelijks gebruiken. Jezus zegt dat het gemakkelijker is voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk Gods binnen te gaan (Mc 10,25). Ook het ter beschikking stellen van onze talenten is een uitreiken naar de wereld. Benut ik wel mijn hele potentieel? Dit kan een zinnig adventsitem zijn. Met onze troebele blik zien we niet dat zij die weinig bezitten, ’t zij materieel/financieel, ’t zij qua menselijk vermogen zo veel te bieden hebben en niet in ’t minst vaak een gulle en oprechte gastvrijheid. Zij stellen alles in het werk om het ons naar onze zin te maken. Doe ik de moeite om hen echt te beluisteren? Ik kan daar best wat van leren. Zich laten breken en delen als Jezus, zélfs als het wat pijn doet …