Tot stof en as

Ik zie mijn verkoolde lasten liggen op de grond. Tot stof en as versleten zijn mijn vroegere dromen.
Moe, ben ik van die veel te lange reis, die ik mezelf had opgedragen.
De wind is stil en luistert naar mijn laatste woorden.
Haast fluisterend spreekt plots God tot mij.
Of hoe moet ik Hem noemen?
Ik heb je lief, mijn kleine kind.
Je hoeft geen lasten meer te dragen.
Hoor ik een lied dat zachtjes zingt?
Of is mijn hart te klein om dit te geloven?
Luister, fluister maar, mijn grote God!
Er komt weer leven, écht en zoet op mijn eens zo dode lippen…

Mieke