Avond

De verborgen nevel rondom mij
waarin de dag gevangen zit,
weeft langzaam om me heen
de nacht die in zijn kluisters ligt. 

Hulpeloos schiet de zon
haar stralen over de aarde heen.
De mist heeft nu het land hervormd
spant nijdig zijn webben om het laatste licht. 

Stilaan gaat de zonneglans verkwijnen
sterft langzaam achter de horizon.
Aan de straathoek zie ik
het eerste lantaarnlicht bloeien. 

Jozef V.