In dromen

Mijn zwaar vermoeide ogen vallen dicht, schuchter voor het felle ochtendlicht, ze vertroebelen mijn helder zicht.
Zachtjes tikt de regen tegen het dakraam, het stemt je tot rust, jouw geweten gesust.
Je bent nier meer hier, maar daar, heel eventjes maar…
In dromen kan je nog sporadisch bij me verpozen.
Kan ik jouw surreële ervaringen aanhoren, samen ons verdriet tonen zonder woorden?
In dromen ben je vogelvrij, met tedere engelen aan jouw zij.
Niet als een waas of een schim, maar meer dan graag gezien.
Als een zalf op een wonde, voelen we ons nog zo verbonden.
In dromen wordt jouw silhouet soms wat vager, passeert de tijd immens trager, blijven er nog steeds zovele vragen…
In dromen, zoveel verscholen…

Rosanna