Open venster

Ik doe het venster open en wat hoor ik! De vogeltjes zingen er vrolijk op los alsof het al lente is. HEERLIJK! Genieten doe ik! Genieten! ’t Lijkt me een eeuwigheid geleden dat ik dit nog hoorde…
Mijn hartje is zo blij met dit verwelkomend ochtendconcert!!! Het nodigt je uit je beste beentje voor te zetten.
Hoe lang is dat geleden. Maar ja, ik ben er weer! Niet meer ziek en goedgemutst!!! Wat wens je nog meer!
Oooh nu begint zelfs de zon te schijnen! Ik ben dronken van vreugde en kan er niet genoeg van krijgen! ’t Is mijn Geliefde die me wekt, mijn hand grijpt en zegt: Sta op! De ontij is voorbij! Ik bén er, en Ik was er altijd bij!!!
Ik zag Je niet, mijn God. Maar heel diep in mijn binnenste heb ik Jouw Sterke Hand gevoeld , en geweten: Jij laat me NOOIT los. Ik heb het begrepen.

Mieke

Liefde, zomaar gratis!

Ontroerd zie ik de zon rood ondergaan….. Zij zorgde zomaar vandaag voor heerlijke warmte, voor sneeuwklokjes die zich openden, voor vogeltjes die luid kwetterden. Wat een geschenk, wat een liefde, zomaar gratis voor iederéén op deze beginnende lentedag. Liefde die léven geeft, doet openbloeien! Dit weekend roept Jezus ons ook op iederéén lief te hebben, niet alleen degenen die wij graag zien, maar ja, juist degenen die ons niet liggen, waarmee we ruzie hebben. We voelen wel aan, dat ons dat niet goed afgaat. Jezus weet dat en nodigt ons uit eerst bij Hem te komen. In te ademen hoe hij ons, ‘wel of niet in goeden doen’…lief heeft. Zijn Liefde is niet berekenend, ligt niet op een weegschaaltje. Is niet bezig met de vraag: “Zien ze mij graag, krijg ik er wel wat voor terug…..?” Zijn Liefde is gelijk de zon. Ze schijnt voor iedereen, die er open voor staat. Van uit die ervaring vraagt Hij ons ook steeds meer zon te zijn, belangeloos, zomaar met ondergaan en opkomen… vallen en opstaan. De moeite om er voor te gaan… Hem achterna.

Mama, de eerste keer

Mama, de eerste keer,
het was een beetje raar
om te bidden keer op keer.
Mama de eerste keer,
ik deed het weer
bidden voor jou keer op keer.

Mama de eerste keer,
ik deed het weer
keer op keer weer voor jou.

Mama de eerste keer,
ja, ik weet het weer,
ik hou ontzettend van jou,
keer op keer.

Mama, de eerste keer,
ik laat je weer lachen,
keer op keer.

Mama, ik weet het weer
dat ik van je hou.
Mama, keer op keer,
we lachen nu meer en meer.

Maar nu weer meer de volgende keer,
meer weer volgende keer.
Mama, de eerste keer.

J.C.

Wachten

Vandaag hoorde ik van een hond, die geduldig blijft wachten op zijn baasje. Een mooi hondenverhaal. Dat geduldig blijven wachten, bleef in mijn hoofd malen. Ik vroeg me af of ik dagen en dagen op iemand kan blijven wachten? Je voelt de symboliek al, waarin mijn gedachten vertoefden. Op iemand blijven wachten, die weggelopen is, die het verkeerde pad opging; en hopen dat die persoon eens zal weerkeren. En het enige dat je kan doen, is wachten en hopen dat wachten niet tevergeefs is, dat wachten echt wel zijn doel heeft. Een hond kan dat, op de plaats blijven waar hij zijn baasje het laatst gezien heeft. Een hond kan ook sterven van verdriet. Een hond die blijft wachten, omdat hij zijn baasje voor 100% vertrouwt, doet me denken aan de parabel van de Verloren Zoon. De Vader die iedere dag op de uitkijk gaat staan, in de hoop dat zijn zoon weer thuiskomt. Hoelang, dat is van geen tel, wel het trouw blijven aan de zoon, ook al is ie verloren. Het is een troostende gedachte te weten dat er altijd iemand op ons wacht en hoopt dat we weer thuiskomen.

Ze zijn er nog

Ze zijn er nog. Deze week woensdag werden wij na het avondgebed in de dekenale kerk betrokken in een auto-ongeval. Iemand hield geen rekening met onze voorrang van rechts en reed heftig op ons in. “Perte total”. De dikke haag van een huis waarin wij terecht kwamen kon de schok deels verzachten. Mensen uit de buurt kwamen ons dadelijk ter hulp. Ze belden de nodige diensten en zorgden voor een stoel. Ook de politieagenten waren heel bekommerd en wisten ons gerust te stellen. Onze diaken vernam het bericht en bracht ons naar onze huisarts. Toen wij na verzorging terug naar huis werden gebracht zeiden we aan onze diaken: “Ondanks onze verslagenheid hebben we ook hulp ontvangen. Wij mochten de behulpzame nabijheid van meerdere mensen ervaren als een nabijheid van engelen.” Ze bestaan nog: de engelen, de profeten, de meelevende christenen.

 

Weg

Je verdween …
onopgelost als een nachtmerrie
mistige dagen drukken hun stempel
zo veel warme herinneringen
houden me staande.

Eén grote, gapende wonde
tranen die verder uitzuiveren
wat ik nimmer goed maken kan.
Geen weg naar verzoening
geen allerlaatste knuffel
enkel een leegte die ik niet ken.

Gescheiden gaat ieder zijn proces:
eb en vloed dansen met elkaar
tot in lengte van dagen:
het leven gaat door _
ik kan niet meer mee in deze tredmolen.

Wat blijft in mij
is de onaangeroerde genegenheid voor jou.
Niemand legt haar het zwijgen op.
Ze zoekt haar weg …
op de kruispunten van anders leren leven
het Kruis van de Liefde voortsjouwend.

Dieven van de nacht

Muizenissen, vermomd als dieven van de nacht, in jouw slaap houden ze de wacht.
Koortsachtig schaapjes tellen, niemand vertellen.
Het zandmannetje werkt in overuren, zit voor zich uit te turen.
Slaapmutsje doet de ‘act de présence’ maar laat je verder nagenoeg in de steek.
Nachtmerrie, de dievegge van de nacht.
Ach, wat had je verwacht…
De maat is vol, turbulente gedachten slaan op hol.
Engelengeduld in vermomming.
Nachtelijke perikelen wachtend aan hun halte, infiltranten van de nacht, als dieven houden ze de wacht.

Rosanna