Bij dageraad

De vogeltjes bezingen hun ochtendlied, verscholen tussen de geborgenheid van het aanwezige riet.
Bij dageraad.

Ik ontwaak uit mijn diepe droom, zonder schroom met de blijvende herinnering aan grote, open, kleurrijke tulpenvelden, meer dan een streling voor het oog.

Bewondering alom voor de gretige bodembedekkers, de beschermers van de naakte oppervlakte.

Waar nog te vinden deze puurheid zonder meer, dat karaktervolle bolwerk van pijl en speer.

In mensheid en integriteit, met open monden vol waarheid met het inlevingsvermogen van vergeet me nietjes.

Bij dageraad, heeft de ochtendstond goud in de mond.

Rosanna