Een naam en gezicht

Twijfel over de zin van ons bestaan, dringt zich soms op. Ook bij Jezus. Hij stelt de vraag: “Wie zegt gij, dat Ik ben?” Die vraag zit ook in ons: “Wie ben ik?”, vragen we soms. Of: “Is dit nu mijn leven?”. Petrus antwoordt Jezus: “Gij zijt de Zoon van de Allerhoogste, God.” En als wij onze vraag naar God richten, antwoordt Hij ons: “Gij zijt Mijn kind”. Wij zijn op dat moment misschien een verdwaald kind, toch Zijn kind. Jezus gaat verder en zegt over zichzelf: “De Mensenzoon zal veel moeten lijden, Hij zal verworpen worden, gedood worden, en op de derde dag verrijzen.” Zijn Vader blijft Hem eeuwig trouw. En dus ook ons. Wij hebben een zin in ons leven omdat God ons trouw is, en wij Hem. Zonder dat laatste rest er slechts een halve zin. Trouw blijven aan God, de bron van ons wezen, ontvouwt de ganse zin van ons bestaan. Want Hij zal ons doen verrijzen. Trouw blijven bepaalt je hele leven. Het neemt jouw angsten, zorgen, pijn, niet weg. Trouw is de innerlijke kracht die ons leert geloven in de eindzege van Liefde. Ontrouw kent zij niet.