Reageren of niet?

Ik heb een kaartje geschreven. De vader van een goeie vriend is overleden en ik wilde mijn deelneming betuigen. Dat doe ik altijd: reageren op een droeve gebeurtenis. Maar ook bij heuglijk nieuws laat ik van me horen. Niet gemakkelijk voor mij. Dat heb ik echt moeten leren. Thuis hadden we die gewoonte absoluut niet. Ik kan me niet herinneren dat mijn ouders ooit een geschreven, persoonlijk woordje tot iemand hebben gericht. Bij een overlijden, maar even goed bij een huwelijk, geboorte of verjaardag werden de standaard formules bovengehaald en neergepend op dezelfde standaard kaartjes van 10 in één pakje. Als er al werd gereageerd. Ik doe het anders. Ik reageer altijd. Telkens weer zoek ik de juiste toon, wik en weeg ik mijn woorden en schrijf in mijn mooiste geschrift een toepasselijke wens. Als het kan op de koop toe nog op een zelfgemaakt kaartje. Zo voel ik mij verbonden met de ander, wat hij ook meemaakt. Alleen zo kunnen we het leven delen en vieren in al zijn dimensies. En zeg nu zelf: wie krijgt er niet graag zo’n kaartje?

Egoïsme

Vind je dat ook zo storend? Iemand die gulzig is. Gulzig zijn kan op vele manieren. Het hoeft niet noodzakelijk om eten te gaan. Tegenwoordig hebben ze daar een verbloemende term voor: ‘een guilty pleasure’. Je behoeften bevredigen is één zaak, maar erover is erover. We willen ons ook altijd goed voelen. Er mogen geen tekorten voelbaar zijn. Dat kan nu eenmaal niet. Iets kan maar tot schoonheid openbloeien als het onaf is. De perfectie die we zo graag nastreven is niet mooi. Al even storend is het als het lijkt of bij je buurman of buurvrouw alles op rolletjes loopt. Toch pakken we daar graag mee uit. We denken dat we een rolmodel moeten vervullen. Dat wordt ons zo aangeleerd op school, op TV en in de maatschappij. Ook bij onze ouders. Er mag precies niets misgaan of we slaan in paniek. Laat ik daar nu tegenover zetten dat wie gebrek lijdt, een loutering en een leerproces ondergaat. Je kan daar sterker uit komen. Nog beter is het als wie gebrek lijdt een vraag is aan mij om uit mijn ego te treden en te geven in plaats van te nemen.

ik zie je

weet je nog, de bloementuin

jij en ik in prille lente

en in de lucht de witte strepen

 

hoe je ze aanwees, ze telde, je wilde

huppelen op de wolkenpaden

het vervagen tot niets meer vóór zijn

 

in het ochtendblauw tel ik

ze nu voor jou: een vrolijk stipje

dartelt op een lange lijn

 

ik lach door mijn tranen heen

Kaarslicht

Emoties rijpen bij kaarslicht.
Deze oude vlam bedaart de gemoederen,
brengt zielenrust en hoop in donkere dagen.

Reeds als kind al hield ik van de geur van een brandende lucifer, je weet wel zo net niet tot aan de vingertop.

Kaarslicht creëert gezelligheid en verbondenheid, doch ook momenten van weemoed naar herinneringen van toen.

Leef niet in de schaduw van jouw kunnen.
Verlicht de harten van degenen die je alles gunnen.
Wees als een brandende toorts en ga voorts…

Reflectie.

Rosanna

Zegen zijn

Een stap zetten … betreft niet enkel het ondernemen van nieuwe activiteiten of het (terug) wagen in een relatie. Denk maar, hoe moeizaam het soms kan zijn aan te kloppen bij ouders die hun kind verloren, bij iemand die pas de diagnose van kanker te horen kreeg, bij een mens die een zwaar arbeidsongeval opliep en voor de rest van z’n/haar leven wellicht met een handicap door het leven zal gaan … Het zijn stuk voor stuk open wonden die ons aankijken, die allereerst de persoon in kwestie maar ook de omstaanders vragen een nieuwe vrede te sluiten met dit totaal gewijzigd leven. Net doordat we ons durven tonen en nabij zijn in alle eenvoud, schenken we de getroffene en zijn omgeving nieuwe kansen tot verwerking. We erkennen hiermee het grote letsel/gemis, het immense verdriet. Ons bezoek aanvaardt a.h.w. de pijnlijke verandering(en) en we zijn bereid de weg verder samen te gaan. De diep gekwetste mens voelt zich gezien, gehoord in zijn lijden, in zijn noodlot. ‘Wanneer het stormt, komt het erop aan samen in de boot te blijven’, Dietrich Bonhoeffer. Een zegen!

Getuigen van God

Paulus, de bijbelse verteller en brievenschrijver in de jonge kerkgemeenschappen, gebruikt het beeld van “werken op Gods akker” om mensen uit te nodigen om, zoals Jezus, mee te werken met Gods dynamiek van Liefde.

En als gelovigen medearbeiders mogen en willen zijn op het veld, op Gods akker, dan willen zij vooral goedheid, verbondenheid, heelheid en heiligheid zaaien.

Zo werken zij allicht ook mee aan een goede toekomst en aan goede, leefbare gemeenschappen.

Zo meewerkend aan een goede akker, aan een hartelijke, solidaire samenleving wordt door Jezus ook voorgesteld en beleefd als werken aan Gods Rijk.

In ons bisdom worden wij, christenen, dit jaar uitgenodigd om zo betrokken, zorgend en bezield samen te leven.

Zo hopen wij getuigen te zijn van Gods liefde voor de wereld.

Imperfectie

Alain Platel, Gents choreograaf en regisseur verwoordde het onlangs zo: ‘Etre, c’est être là.’ Er zijn, meer is het leven niet, zei hij. Ja, ook als het moeilijk is, verwarrend, pijnlijk en ongekend terrein. Niet vluchten, maar pogen aanwezig (te) blijven. ‘We worden zo afgerekend op onze imperfectie. Ik heb leren houden van imperfectie en gebruik het constant doorheen m’n werken.’, merkte hij op. (Beter) Leren omgaan met al onze minpunten blijft een levenslang werk voor ieder van ons. Want wat doen/zeggen we al niet ter camouflage van … We zijn best vernuftig als het gaat om ons beter voor te doen dan we in feite zijn. Hoe ouder we echter mogen worden, hoe meer we de kans kùnnen benutten om te leven met ons ware gelaat: wat we kunnen/zijn en wat we niet kunnen/zijn. Oprechte dialogen met gelijkgestemden zijn een ware verrijking in het leren houden van onszelf met ons hele zijn. Oude, Japanse wijsheid leert ons dat het ontdekken van schoonheid in onze imperfectie de acceptatie van de cirkel van leven en dood behelst …