Wij

Jij bent Ginder – ver – dichtbij?
Ik ben hier, nog in ’t aards bestaan.
Ik mis je zó en tóch
je woont nog steeds in m’n hart en in m’n zijn.

’t Leven gaat verder
voor jou Ginder – aan de Andere Einder.
Hier klaart de hemel wat op, wolk per wolk en
grond wordt opnieuw vruchtbaar.
Ik mis je elke dag … en tóch
m’n hart wordt groter; je neemt er
nog meer plaats in dan voorheen …

Wij gaan ‘samen’ verder.
Wie beweert dat jij wég bent?
Mensen praten, praten …vaak zo onbezonnen.
Doch wij ‘ZIJN’ één voor Altijd
in het leven nú met de gezamenlijke
herinneringen en de ervaringen van toen.

Ik mis je en ik hou nog altijd zó van jou.
Echte Liefde gaat niet dood, kan niet stuk.
Hij, Grenzeloze Liefde woont in jou en mij.
Hij is de Brug … tussen ons …

Omhels de natuur

Een grillig bospad, de regen van de laatste dagen heeft de grond zompig en modderig achtergelaten.

De natuur is puur en spreekt haar eigen taal.

De variatie aan boomsoorten spreekt me enigszins aan.

Een knotwilg groeit voort in de schaduw van de imposante treurwilg, wat verder een reus van een eikenboom. Hij staat er wat verloren bij nu de herfst besloten heeft los te laten.

Het vochtige weer biedt een ideale voedingsbodem voor wilde paddenstoelen, ze doen ons eventjes goed voelen.

Dit seizoen is in al haar facetten, een houden van, het goud- en gelig gebladerte, de bruin- en okerachtige tinten, overal kun je nu de herfst vinden.

Omhels de natuur in al haar eenvoud.

Rosanna

Het mysterie blijft…

Bewegen is groei, groei is bewegen…

En wanneer niets meer beweegt… dat is de dood… Toch, dan nog kan iets afvallen en kan er een zaadje kiemen, er kiemt een nieuw leven.

Zo zien we het in de natuur gebeuren. Met ons ook? Duiken in het Goddelijk mysterie?

Doodgaan zou dan zijn: iets laten afvallen, om in die “andere wereld” te kiemen… Mooi!

Maar er blijft een vraag : in het Credo geloven we in de verrijzenis van het lichaam… De vraag blijft open, het mysterie van het leven …

Een overgave: ik geloof door de Liefde te zien werken, door de Hoop te voelen steun geven… Ik geloof…

Dood en verrijzenis, een zelfde realiteit: dood is aards, verrijzenis is hemels.

Met een mysterie blijven leven is mogelijk, is menselijk… gewoon!

Vrouwentongen

Een heikel onderwerp? Ja en neen, want het is ook een plant met lange, scherpe en sterke bladeren die trouwens goed luchtzuiverend werken. Enkele jaren terug ontving ik deze plant als verjaardagscadeau. ‘k Moest er ferm om lachen, daar ik in feite niet zo’n ratelende prater ben, eerder peinzend en aan de stille kant. Toch is het wijs zo nu en dan na te gaan hoe ik in gesprek ga met anderen. Helder of eerder vaag, met respect voor de ander of flap ik er zo maar alles ineens uit, me niet bewust hoe dit bij mijn toehoorder kan binnenkomen … Taal is zo machtig; ze kan troostend zijn, doch evenzeer vernederend, veroordelend en giftig. Jij noch ik hebben daar baat bij. Steeds duidelijker leren communiceren, is een levenslang proces, waarbij vormingen zoals deze m.b.t geweldloos communiceren zeker waardevol zijn. Als we niet zeggen wat we voelen, creëren we verwarring voor onszelf en anderen. Door de waarheid te omzeilen, ontnemen we de spraak haar functie: communicatie. En we misleiden/roven de ‘communio’, de verbinding, de relatie …

Bidden

Hoe bid ik? Hoe sta ik tegenover God? In welke gesteltenis ben ik dan?
In een gelijkenis houdt Jezus ons dit weekend een spiegel voor rond twee manieren van bidden.
De Farizeeër, die zeer tevreden is met zichzelf. Een goedgelovige die zijn plichten meer dán vervult. Veel meer dan menigeen. Hij voelt zich duidelijk beter dan de anderen. Hij staat met zijn bidden zélf centraal en ziet niet in dat deze houding hem juist van God verwijdert.
De tollenaar daarentegen, ziet wel zijn kleine kanten, hij verbergt ze niet achter allerlei uiterlijke prestaties. Hij durft zijn gezicht te verliezen, tegenover God, zichzelf en zelfs in de ogen van de farizeeër. Hij neemt het risico. Hij is oprecht, eerlijk. Gods liefde kán daar geen weerstand aan bieden.
Zijn genade kan binnenstromen…..
Hoe bid ik?
Hoe sta ik tegenover God?

Telefoon

Een doordeweekse avond. Het is half zeven. Ik heb lekker gekookt. De potten dampen uitnodigend. Iedereen schuift aan tafel. Net op dat moment rinkelt de telefoon. Onze jongste neemt af en geeft onmiddellijk door. Voor jou…Een vriendin van mij, heel wat jaren ouder maar dat staat onze vriendschap niet in de weg. Het is alleen maar om een juist adres te vragen, verontschuldigt ze zich. Ik geef het haar en aarzel om in te leggen. Ik bespeur achter de vraag iets anders. Ik verlaat de tafel en zet mij rustig in een aanpalende kamer. “Hoe gaat het verder met jou?”, vraag ik. En zie, een aarzelend en tastend gesprek opent zich. Vriendin heeft een zware verantwoordelijkheid en vele zorgen te dragen. Ik zwijg en luister, geef tijd en ruimte. Ze laat in haar hart kijken en dat lucht op. Drie kwartier later beëindigen we ons gesprek. Het eten is koud. Maar ik ben voldaan. Wat is er heerlijker dan proeven van het verhaal van mensen? Ook Christus deed niets liever dan aan tafel gaan en delen: het leven, brood en wijn. En mijn bord? Dat heb ik opgewarmd.

Levensbron

gesloten als een graf
pokerface overlever
ik wie?

onvermoed kwam jij mijn leven binnen
geschenk van God
brood
nodig
ik beefde stamelde
jij luisterde aanvaardde
eindeloos

onvermoed verwerkelijkt
vond ik
heilige grond
de Bron
in mezelf

nog steeds verwonderd maar licht