Schelp

Op de buffetkast van mijn grootouders stond een mooie schelp: groot, gedraaid, binnenin blinkend rose, aan de buitenkant dof grijs. Uit een heel ver land, beweerde  mijn grootmoeder stellig. Het was het voorrecht van ons, kleinkinderen, om die schelp bij ieder bezoek aan ons oor te zetten. Je hoort er de zee in, zo zei mijn grootmoeder, ook stellig. Onze ogen blonken van plezier, schitterden van verwachting. En ademloos hoorden we toe. Nu, zoveel jaren later, nu we zelf al bijna kleinkinderen hebben, weten we beter. Neen, het is niet de zee die we in de schelp horen, maar wel het ruisen van ons eigen bloed dat stroomt op het ritme van onze hartslag. Maar wie echt luistert, wie luistert met de oren van zijn hart, hoort ook het suizen van eigen gedachten en verlangens op het kloppende ritme van geloof, hoop en liefde. En wie het aandurft nog aandachtiger te blijven luisteren, komt uiteindelijk dicht bij de kern van het grote mysterie dat huist in ieder mensenhart. Alleen hoorbaar voor het geoefende oor. Blijven luisteren dus, blijven luisteren….