Kiemend zaad

Wie zich ooit aan mensen waagt;
minzaam hen door ’t leven draagt;
ervaart wellicht zijn broze kracht:
onmacht, onbegrip, onmacht, onbegrip;
ook al dacht je dat je vrede bracht.

Waar een mens met mensen deelt:
teder oude wonden heelt;
vermoeid ontdekt hij Noë’s lot:
onrust, leeggeschud, onrust, leeggeschud;
toch ervaart hij soms een glimp van God.

Wie gelooft in kiem en aard;
vindt Zijn Rijk de moeite waard;
ook al duurt het wroeten lang:
loutering en rust, loutering en rust;
je wordt nimmer bitter, ijzig bang.

Geloof dan dat het zaad, met zorg gestrooid;
ook al voel je je berooid;
geloof dan dat het zaad;
kiemen zal bij dageraad.