Drang

Ik kijk naar buiten en zie ze zitten. Zij aan zij, dicht bij elkaar, heel dicht bij elkaar. Maar het mag, het kan. Zij horen bij elkaar, zij vormen een paar. Hij kijkt naar haar, zij reikhalst naar hem. Een doffer en zijn duivinnetje. Zwarte kraaloogjes, een sierlijk fijn halskraagje, het lijfje zacht beige, of is het grijze? Ze doen wat ze moeten doen: ze koeren en kirren, ze kijken elkaar aan, ze zijn er voor elkaar, ze zoeken steun, ze geven steun. Dit koppel tortelduifjes nestelt elk jaar boven onze voordeur. Hun nestje is, ook zoals elk jaar, ongelukkig gebouwd: wat slordig, te dicht tegen de drukke straatkant, weinig beschut, maar barmhartig ondersteund door een plankje dat mijn man aanbracht. Alle pogingen ten spijt, bleef hun gebroed tot op heden vruchteloos: eieren werden leeggepikt of geroofd, ze vielen, of werden voortijdig achter gelaten. Toch zijn ze, zoals ieder jaar, weer trouw op de afspraak. Om dat te doen waarvoor ze bestemd zijn, ondanks alles. Toegeven aan hun drang om te lieven, te nestelen en leven door te geven. Ik glimlach en hoop voor hen op een mooi nest.