Lucht

Ik liep zomaar wat te denken

of denken nog wel van deze tijd was.

Bedacht tegelijkertijd of het wel veilig was,

zo wandelend denken.

Of het niet beter was om

zomaar in het wilde weg wat te wandelen:

gedachteloos stappen.

Stel dat er niet genoeg plaats is

voor al die wandelende gedachten,

dat de atmosfeer overbewolkt raakt

van al die wandelende denkers,

komt daar geen gedonder van?

Bij deze slenter ik verder, zonder rede.

(M.V.)