Tournesol

Haar been omzwachteld en omhoog, zo zit en zucht vriendin en geeft zich over. Een venijnige wonde speelt haar parten, gevolg van een banaal fietsaccident zoveel jaren geleden. Het lelijke litteken zorgt elk jaar opnieuw voor de nodige portie miserie. Nu dus kan een geplande reis naar Frankrijk helaas niet doorgaan. Ik besluit haar op te vrolijken door haar enkele dagen later een frisse ruiker zonnebloemen te bezorgen. “Nu jij niet naar de zonnebloemen kan, komen ze als vanzelf naar jou toe”, scherts ik. “Weet je dat ze in het Frans tournesol heten?”, vraagt ze. “Ze draaien hun gekroonde hoofden steeds mee met de zon. En in de kunst staan ze symbool voor het geloof waarin we ons mogen overgeven aan de Zon om met volle teugen te genieten van haar streling en haar warmte. Niet meer, maar ook niet minder.” Waarop ze, zo goed en kwaad als mogelijk, rechtkomt, een vaas zoekt en de bloemen schikt. Dan neigt ze het hoofd en een glimlach verschijnt op haar gelaat. “Een zonnebloem van een vrouw ben jij”, denk ik. En haar glimlach landt in mijn hart.