Uit het huis van David

Jezus wordt geboren in een traditie. Hij behoort tot het geslacht van David, de grote koning uit het Oude Testament. David was oorspronkelijk een schapenhoeder. De Heer heeft hem uitverkoren om koning te worden van het heilige volk. En de Heer blijft met hem, zelfs na Davids dood via zijn nazaten. De Heer is trouw van geslacht op geslacht. Zo wordt de Heer ook bezongen in de psalmen.

Als de engel Gabriël tot Maria komt met de Boodschap van een Zoon, dan weet zij goed waarover het gaat. Maria behoort ook tot het heilige volk en kent de psalmen en geschriften heel goed. Dit is het prille begin van een nieuw tijdperk. Maria aanvaardt en geeft haar fiat. In alle eenvoud en stilte. Zo is zij altijd geweest. Een vrouw van gebed. Daarom was zij ook ontvankelijk voor de Boodschap. Zij kon het vernemen omdat zij eenvoudig en nederig was van hart. De Heer kijkt naar het hart van de mens en niet naar uiterlijk vertoon.

Moge de Heer zijn huis ook onder ons bouwen. Moge Hij harten vinden die de weg bereiden voor de komst van de Heer.