Sneeuwklokjes

Tere, bleke kopjes

heffen zich naar het eerste lentelicht.

Wat zijn ze altijd welkom,

blijvende schoonheid in Gods Schepping.

In een nog winters maanlandschap

houden ze zich taai

en weerstaan weer en wind

in al hun broosheid.

Zou het net met hun kwetsbaarheid zijn

dat ze de aandacht blijven trekken?

Ze trotseren de meer uitbundige soortgenoten

en blijven groot in hun eenvoud.

Mensen, zachtmoedig en nederig in hun zijn

doen stilletjes voort met wat vrucht draagt

zingen hierover geen loftrompet

maar vinden vreugde in ’t kleine.

Ook Onze Heiland houdt van het nietige,

van de onbevangenheid van een kind

spelend in het nog prille lentegras

tussen de sneeuwklokjes in Zijn Tuin.