Concert

In een slaapkamer moet er frisse lucht zijn, zonder twijfel. Daarom slapen we, winter en zomer, met ons raam open. Onze kamer is deels aan de straatkant gelegen. En dus krijgen we er, gratis en voor niets, alle bijhorende lawaai bij: bezoek dat uitgebreid afscheid neemt, de thuiskomst van rumoerige feestvierders, de buurman die voor dag en dauw luidruchtig naar het werk vertrekt. Noem het en we mochten er al van genieten. Vaak is het een bron van ergernis of erger. Enkele dagen geleden echter, was ik al vroeg wakker, zo tussen donker en licht, wanneer alles ingehouden wacht op het opkomen van de zon. En plots hoorde ik het, zomaar uit het niets, heel duidelijk, glashelder en toonvast: een merel hief zijn mooiste lied aan. Gedreven door zijn innerlijke drang en aangespoord door het licht floot hij alsof zijn leven er van afhing. En wat eerst een solo was, werd luttele seconden later beantwoord en het begin van een heus fluitconcert waarvan ik de aanzet en de eerste noot had mogen horen! In mij werden ruimte en tijd eeuwigheid.