Vertrouwen

Het kwaad begint altijd klein, maar wil zich gretig uitbreiden. Ruzie begint om een kleinigheid die steeds wordt aangedikt en zó vaak uitgroeit tot een onoverkomelijke barrière voor relaties.
De mens liet zich overhalen om een appel te plukken. Hij begreep zichzelf niet, kon eigenlijk niet uitleggen hoe het zover was kunnen komen. Hij verstopte zich voor God en wentelde zijn schuld af op de andere, zelfs op de slang. In de verdere geschiedenis komt die ervaring voortdurend terug: het kwaad is bijzonder listig. Het houdt de mens in zijn greep en brengt hem tot daden die hij zelf niet begrijpt. Maar intussen doet hij ze wel. En toch blijft God ons de vraag stellen: “Waar ben je?” Ondanks ons veelvuldig en geregeld hervallen blijft Hij ons zoeken. Blijft Hij ons zijn liefde aanbieden. Psalm 139 bezingt dit als volgt: “Waar ik mij wend, Gij staat op wacht. Uw hand rust altijd op mijn schouder.” Daarop mogen wij altijd vertrouwen!