Onderweg

“Weet jij de weg nog?”, roept mijn vrouw enkele passen achter mij tijdens een wandeling ergens op de Frans-Belgische grens. Natuurlijk weet ik de weg. Niet alleen omdat ik me goed heb voorbereid en de kaart als het ware in mijn hoofd heb, ook omdat de wegwijzers dit keer zeer duidelijk staan aangegeven. De vraag ‘Weet jij de weg nog’ geeft ook een blijk van vertrouwen weer: als jij de weg weet, is het goed. Samen op weg gaan is op elkaar vertrouwen: ik hoef de weg niet te weten als jij het maar weet. In mijn werk kom ik helaas veel mensen tegen die de weg niet meer weten, die te vaak verkeerd zijn gelopen, de wegwijzers niet gezien hebben en geen reisgenoten hadden die voor hen de weg wisten. En nu voorzichtig aftasten of jij als hulpverlener nog wel een weg kan wijzen of misschien een weg naar een weg. Nu zeg ik niet meer met alle bravour dat ik de weg wel weet. Nu kan ik alleen de hoop geven dat er een weg is en ik bereid ben er met hen samen naar te zoeken.

Transformatie in kleur

De fladderende vlinder, fladdert vrolijk van gekleurde, naar kleurrijkere bloem.

Genuanceerde, inpirerende schakeringen, doorbreken de staalblauwe lucht.

Bij het ontwaken van de dageraad, warm jij speels je vleugels in zonnegloed.

Dikke dauwdruppels dwarrelen, in parelende beweging, langs stevige diepgroene takken.

Daar waar de rups haar leven begon, ontpopte de vlinder, de evolutie van het veranderlijke.

Ontgonnen en ontsponnen, getransformeerd en geweven, naar haar huidige staat van zijn.

Vliegt nooit alleen, doch vrijer dan vrij, met soortgenoten zij aan zij.

Spreid je vleugels en straal je pracht, leef je leven dag en nacht.

Warm je aan de helende zon, besef dat niets blijft hoe het begon.

Kleur de hemel en stoei met het licht, tover een glimlach op mijn gezicht.

Evy

Honger naar?

Vroeger mocht ik als kind nooit zeggen: ”Ik heb honger!” Mijn ouders wilden mij laten aanvoelen, dat echte honger nog iets anders is.

De oorlog kwam dan ter sprake.

Een woestijnervaring waarin je pas echt ontdekt wat honger is. Echte honger brengt ons aan de grenzen van ons zijn, tot wanhoop, uitzichtloosheid.

Tegelijkertijd kan het ons drijven naar de “Grote Hongerstiller”.

Het evangelie van dit weekend laat zien hoe duizenden mensen Jezus achterna gaan, om hun honger te stillen, níet met brood van de bakker, maar met het Brood van zijn levengevend Leven….zo overvloedig!

In de eucharistie gaat het stillen van onze honger verder, niet met het brood dat ons alleen lichamelijk verzadigt, maar met Brood dat Leven geeft, zonder einde, juist in onze zwakheid…..

Voor wijzen en verstandigen moeilijk te begrijpen, toegankelijk voor wie open wil staan, met een hart als van een kind.

Het ritme van het leven

De mens is een brok natuur.

Zijn leven is natuur.

Geboren worden, opgroeien, school, huwen, kinderen, volwassen, bejaard.

Lente, zomer, herfst, winter.

Dag, nacht.

Eb, vloed.

Zon en maan.

Zo is ook onze Jezus, onze God.

Bij de moslims heeft Hij 99 namen.

Bij de christenen: Vader, Zoon, Geest.

Bij de joden: Adonai, Shema, Ruach.

God houdt van alle mensen en vergeeft allen die zich kwetsbaar opstellen en bekennen dat ze zondaars zijn. Hij is immers Heilig, Eeuwig en Almachtig juist in en door het lijden. Hij houdt van ons zoals de natuur voor ons zorgt.

Geluk!

Een verplichte PCR-test, zelfs na volledige vaccinatie, was verplicht! Vrolijk werd ze er niet van maar er was geen ontkomen aan.

Auto parkeren, paraplu zoeken, het regende! De paraplu, altijd in de auto, lag er nu niet.

Ook dat nog! Dan maar lopen naar de ingang.

Een correcte en vriendelijke behandeling!

Snel stond ze alweer (bijna) buiten. Nu goot het. Geen doorkomen aan.

“Ja, altijd een plu in de auto en nu niet”, zei ze tegen een man in uniform.

“Ja, daar ben je nu niets mee”, antwoordde hij.

Zelf hield hij twee paraplu’s vast.

“Ik kan je begeleiden naar de auto, als je wilt”, zei hij. “Hier, neem deze maar” en hij gaf een van de plu’s aan haar en stapte mee naar de auto.

“Wat een geluk, heb ik”, zei ze! “Dankjewel voor de moeite en het meegaan!”

Zij stapte in de auto en hij stapte terug naar de plek waar ze samen vertrokken waren!

Monique

Bartimeüs

Bartimeüs is de naam van een blinde in het Evangelie die langs de kant van de weg zit. Hij hoopt op genezing en wanneer hij hoort dat Jezus – de man die al velen genas – langskomt, roept hij aanhoudend. De ziende gelovigen vinden hem erg vervelend. Ze snoeren hem de mond. Herkenbaar: Iemand zit al langer in de put. De ene weet dat je zus moet denken, zo moet handelen, dit moet eten, dat laten, die dokter of coach zien, … Negatief denken past niet, als je geen vreugde uitstraalt ben je niet goed bezig, misschien bid je gewoon fout, … Voorzeker mis je de essentie van je leven. Het is net als met Job – nog zo’n Bijbelse pechvogel. Job had vele vrienden die het beter wisten en oordeelden, maar geen een was hem nabij in zijn pijn.

Jezus in het verhaal hoort hem en snoert de betweters en zelfgenoegzamen de mond: “roep hem!”. Hij plaatst de man in het midden en vraagt “wat verlangt ge?” en Hij geneest de man. Waar zijn wij in het verhaal?

Verschil

Daadkracht en denkkracht, tot voor kort had ik er nog nooit van gehoord, laat staan dat ik het verschil tussen beide begrippen zou kennen. U wel? Een beetje zelfreflectie en het nodige opzoekwerk leerde me ondertussen dat ik een grote denkkracht heb, maar dat mijn daadkracht vaak ondermaats is. Er is steeds wel iets wat mij tegenhoudt: twijfel, angst, kritiek, valse bescheidenheid, noem maar op.  En dat zat me erg dwars: ik liep over van de ideeën, die naar mijn mening creatief en verfrissend waren, maar ze bleven hangen in het ijle, werden geen werkelijkheid. Enkele weken geleden kwamen mijn denkkracht en de uitvoerende kracht van anderen echter samen in een mooi samenspel. Ik had een aanzet gegeven, een droom verteld, een idee gelanceerd én ik had gehoor gekregen en enthousiasme gevoeld. We vulden elkaar aan, complementair als we waren. We staken de hoofden verder bij elkaar en we kwamen tot de uitwerking van een project tot vreugde van vele anderen. Het gaf ons allemaal vleugels en een heerlijk gevoel.

Veraf en dichtbij

Eens waren wij veraf.

Nu zijn we dichtbij.

Dicht bij elkaar.

Samengebracht.

Door de Heilige Geest.

Zelfs vijanden kunnen vrienden worden.

Nu zijn we nog verdeeld.

Ooit zullen we elkaar begrijpen.

De schapen zonder herder

worden geweid.

Ze gaan niet verloren.

Niet één.

Naar koele wateren

leidt Gij mij.

Rust en vrede gaan hand in hand.

De velen zijn geen bedreiging meer.

Ik behoor tot de groep.

Niemand valt er uit.

We verstaan mekaar.