Hemels

Weet u wanneer aardbeien het lekkerst smaken? Met een beetje lichtbruine suiker bestrooid? Geflankeerd door een dotje slagroom? Nog gekroond met het steeltje op een gebakje? Verwerkt in een donkerrood sausje of in een heerlijke crème? Of in een oogverblindende, kleurrijke combinatie met wat sappige meloen? Bij benadering niet slecht, ik geef het toe. Maar er is één moment, één plaats en één manier die het hemelse benadert voor mij. Ik eet ze het liefst vers geplukt uit het aardbeienbed in mijn eigen tuin. Lekker warm en zoet, na het heetst van de dag wanneer de stralen van de volle zon het rode vruchtvlees hebben verwarmd en gesuikerd. Er mag gerust nog een beetje zand aan hangen. Maar met mijn klompen aan mijn voeten, mijn schort rondom, een beetje bezweet van het werken, de handen vlug afgeveegd en de rouwrandjes nog onder mijn nagels, een of meer aardbeien in mijn mond steken, met mijn tong platdrukken tegen mijn gehemelte en dan langzaam hun zoete smaak proeven. Dat staat met stip op één!