Onderweg

“Weet jij de weg nog?”, roept mijn vrouw enkele passen achter mij tijdens een wandeling ergens op de Frans-Belgische grens. Natuurlijk weet ik de weg. Niet alleen omdat ik me goed heb voorbereid en de kaart als het ware in mijn hoofd heb, ook omdat de wegwijzers dit keer zeer duidelijk staan aangegeven. De vraag ‘Weet jij de weg nog’ geeft ook een blijk van vertrouwen weer: als jij de weg weet, is het goed. Samen op weg gaan is op elkaar vertrouwen: ik hoef de weg niet te weten als jij het maar weet. In mijn werk kom ik helaas veel mensen tegen die de weg niet meer weten, die te vaak verkeerd zijn gelopen, de wegwijzers niet gezien hebben en geen reisgenoten hadden die voor hen de weg wisten. En nu voorzichtig aftasten of jij als hulpverlener nog wel een weg kan wijzen of misschien een weg naar een weg. Nu zeg ik niet meer met alle bravour dat ik de weg wel weet. Nu kan ik alleen de hoop geven dat er een weg is en ik bereid ben er met hen samen naar te zoeken.