Vriend zijn

Tijdens een filosofisch gesprek onder adolescenten ging het over de vraag: ‘Wie benoem jij als ‘jouw vriend’?’ Iemand opperde: ‘Als ik jou als vriend zie, maar jij wenst geen toenadering, dan kan ik toch jouw vriend zijn.’ Ik vond het een uitspraak om over na te denken. Ze kwam jaren later weer boven water. Er was iemand die ik meer erkende dan een toevallige kennis. Beroepshalve hadden we veel contacten en de professionele interesses vaarden dezelfde koers. Het leek me boeiend om de mens, buiten de werksfeer, beter te leren kennen. Maar die iemand liet merken niet geïnteresseerd te zijn. Tijd en ruimte voor een ontluikende vriendschap waren er niet. ‘Wederkerigheid’ was in geen oceanen te bespeuren. En zonder wederkerigheid is er geen groei bij beide partijen en kan je niet samen scheep gaan. Je kan het beste in mekaar niet aan de oppervlakte brengen. Vriendschap kan je niet doordrukken. Dan rest enkel respect voor elkaars opvattingen en wens je die andere een behouden levensvaart.