Vriendschap

Ik heb een goeie vriend. Hij is bijzonder, heel bijzonder. ”Iemand met een beperking”, zegt de buitenwereld hard en koud. En ja, dat is waar: aan intellectueel gepraat kan hij niet meedoen en uiterlijk kan er ook heel wat beter. Maar waar ons rationele hoofd stopt en onze buitenkant een grens ziet, daar gaat zijn hart verder, oneindig geduldig, trouw, waakzaam en overlopend van genegenheid. Onlangs, op een avond, kwam hij bij mij zitten. Zomaar, omdat hij voelde dat ik er nood aan had. Zwijgzaam vertoefden we in elkaars gezelschap. Hij in de zetel, ik achter mijn bureau en mijn zorgen. Het venster stond open en een koele bries verfriste de kamer. Een kaarsje flikkerde van hoop en sprak van licht. Toen viel de avond en werd het donker. En mijn vriend voelde dat het goed was geweest. De zwaarte in mijn gemoed was gedeeld, gewikt, gewogen en weggenomen. En even zwijgzaam als hij gekomen was, verliet hij mijn kamer en liet er licht, lucht, leven en vrede achter. Waarlijk, ik heb een goeie vriend, één uit de duizend, zo bijzonder.