Roodborstje

Een roodborstje dat zich toont in de lente is al merkwaardig. Meer nog: het vogeltje bracht me echt een bezoek en kwam pal voor mij op een kleine anderhalve meter me recht in de ogen kijken. Ik genoot zo van mijn zitje op de bank, maar met deze onverwachte gast werd het heel aangenaam. Luttele momenten erna kwam hij onverschrokken aan mijn voeten zitten op zo’n 75 cm om dan terug zijn eigen gang te gaan. Bij thuiskomst snuisterde ik meteen in mijn boek: ‘Luisteren naar dieren’. En ja, daar vond ik het verrassende en blije nieuws, dat dieren de nabijheid van de mens opzoeken als ze eenzelfde energie vinden, een afgestemd zijn op de natuur, in aanwezig zijn. Niet in druk gebabbel, geen digitaal verkeer. Dit fijne voorval herinnert me aan een uitspraak van pater Bob: ‘Wat gebeurt er onderweg?’ Zie, hoor, voel ik het? Geen kwestie van bijleren, maar eerder van afleren, van bezig zijn met één ding tegelijk. Als we stappen, dan dienen we te stappen. Als we eten, kauwen we voeding naar binnen. Zo vaak zijn we al bezig met het volgende …

Zee en wind

Vele mensen trekken naar de zee voor ontspanning en het aangenaam klimaat. Maar staan we er ook wel eens bij stil dat de zee vol gevaren zit, zeker als er een storm opsteekt?
Dan is het alle hens aan dek. Geen tijd meer voor ontspanning. Pure realiteit.
Zo niet voor Jezus? Hij ligt te slapen op het meest kritieke moment. Hij is er gerust in, ook midden in de storm. Wat een vertrouwen.
Het doet me denken aan het spreekwoord: Als de nood het hoogst is, is de redding nabij.
En de redding is nabij, want de redding, dat is Jezus zelf. Hij doet ons opstaan. Ons geloof in Hem zal ons redden. Heeft Hij dat niet al zo vele male voorheen gedaan? Waarom nog twijfelen?
We weten het. En toch vervallen we telkens weer in dezelfde fout. Maar niet meer zo diep. Elke keer dat we de angst overwinnen, komen we een stapje hoger. Vertrouwen krijgt groeikansen. De dankbaarheid volgt.

Geloof en godsdienst

Onze kardinaal, Jozef De Kesel, schreef onlangs een boek met als titel: Geloof en godsdienst vandaag. Op het eerste blad schrijft hij: “Vijftig jaar geleden tijdens het Concilie heeft het samenkomen van de bisschoppen veel hoop en vernieuwing in de kerk gebracht maar de tijdsgeest werd, zeker in onze westerse samenleving, heel anders. Vandaag leeft de kerk niet meer in een religieuze, christelijke samenleving. De Godheid waarvan de Schrift getuigt is een God die in relatie treedt met de mens. Dat maakt de mens uniek. Hij is geen onverschillige God.” Als kenner van de geschiedenis schrijft hij verder: ”Het christendom is, na de oudheid, stilaan de culturele religie geworden van het westen. Maar de opkomst van de moderne cultuur betekent ook het einde van het christendom als culture religie. We leven nu niet meer in een christelijke samenleving.” Jozef, de Pastor, krijgt in dit stukje uiteraard ook de laatste woorden: “Veel tijdgenoten zijn op zoek naar zin en houvast. In een moderne cultuur zal de vraag naar God niet verdwijnen.”

Broer

Ik wilde

je zomaar zeggen

hoe mooi jij bent,

mijn lieve Broer.

Hoe mijn hart klopt,

krachtig,fier

alleen al maar

wanneer ik

aan je denk.

Jij doet me

groeien, bloeien,

en hopen

wanneer ik

vertwijfeld ben.

Ik heb een Broer,

nee, bezitten

is het niet…

Ik heb een Broer

die me warmte schenkt

en me doet leven

in geborgen liefde…

Mieke

Diertjes en plantjes

“Moeke, Moeke, slakjes, kom”, roept Ella, onze 2,3-jarige kleindochter. Binnenkomen zit er de eerste tijd niet in. “Moeke, slakjes!”

Met wat een enthousiasme word ik om 7.50u. begroet. Samen duiken we onder de struiken, de planten, speuren we naar slakjes in de bomen… “Moeke hier, kom en hier!”

De slakjes, zo verschillend, gaan hun trage gang met hun unieke huisje op hun rug.

“Moeke, kijk, hier, miertjes!”

“Moeke, kijk, de vogeltjes douchen zich!”

Gods schepping, uniek in dieren en planten, een paradijs voor ontdekkingsreizigers als Ella. Verwonderd om zoveel moois! Telkens opnieuw! De bloeiende planten krijgen haar neusje in hun bloem. “Lekker!”

Niets ontgaat haar. Ik voel me ‘gezegend’ en ‘dankbaar’ met dit schepseltje dat oog, oor en hart heeft voor onze prachtige, mysterierijke schepping!

Monique

Gods wil

Ja, schrijver zijn we met z’n allen van ons eigen leven. Of toch niet?! We kunnen ook ons leven geheel en al in Zijn Hand leggen, in Zijn Willen. Heer, dat Uw Wil geschiede. Niet enkel als priester of religieuze, maar tevens elke leek is hiertoe geroepen. Ik kan je verzekeren hoe meer we dit doen, hoe mooier en wonderlijker ons leven wordt. Ons hele vertrouwen, ons hele hebben en doen aan Hem overlaten, eigenlijk een enorm Geschenk waarvan we de draagwijdte absoluut niet kunnen inschatten! De Eeuwige heeft ons geschapen, Hij kent ons ten Beste en weet precies wat we nodig hebben, vaak beter dan wij menen te weten. Zegt de Bijbel niet: ‘Eerst mijn Vaders Wil en al de rest zal u gegeven worden, daar mijn Vader in de Hemel weet wat je nodig hebt.’ Dit Goddelijke Willen heeft Jezus zelf geopenbaard aan de Italiaanse Luisa Piccarreta, waarvan de zaligverklaring in de startblokken zit. Huub Oosterhuis (ps 27) verwoordt het zo: ‘Als God onze woonplaats is, wonen we veilig.’ Augustinus zegt: ‘Je wordt wie je ontvangt.’ Duidelijk?!

Klein wordt groot

Het zaadje waarover Jezus in Zijn parabels of gelijkenissen vertelt is zo klein als een mosterdzaadje. Het groeit echter uit tot een grote struik. Ook Jezus’ optreden was aanvankelijk zeker niet groots. Hij had slechts 12 volgelingen, Zijn apostelen, een kleine groep. Maar in de samenleving van vandaag moet alles groots zijn, liefst mega of giga. We kunnen niet meer wachten tot iets klein begint dat de tijd moet krijgen om te groeien. We duwen op knopjes en het moet onmiddellijk af en groots zijn. Jezus sprak niet over een groots Koninkrijk van God. In kleine daden van goedheid was Hij mensen nabij. Hij liet elke mens de tijd om te groeien. Voor ons, christenen gaat het inderdaad om kleine daden van barmhartigheid en liefde. Gerechtigheid, meer verbondenheid, meer hartelijkheid kennen een langzaam groeiproces, zoals ook een mosterdzaadje de tijd krijgt om uit te groeien tot een grote boom.

De vaderloze

Men zegt dat vaders niet sterven.

Och, men zegt zoveel.

Zijn het onwetenden

die niet missen

bij geuren of pleinen?

Of erger nog:

de vaderloze zonder herinnering

die met ze spotten

in elk op hoge schouders zittend kind.

Men heeft gelijk :

Vaders sterven niet.

Vaderloze daarentegen

elke keer.

(m.v.)