Alleluia!

De hele veertigdagentijd hebben wij geen Alleluia mogen zingen. Het doet je wachten. En terwijl je wacht bereid je je voor op een nieuwe morgen. We hebben een doortocht gemaakt door het land van duisternis en eenzaamheid. We zijn er stil van geworden. Dit is niet erg en ook niet slecht. Het is goed af en toe te versoberen om de confrontatie met je diepere lagen aan te gaan. Of om het lijden dat je overkomt en dat je ook buiten jezelf ziet een plaats te kunnen geven. Maar nooit zonder hoop. In die veertig dagen waren we immers niet echt alleen. We vermoedden al waar het op aan zou komen. Nog in een sluier van weemoed en melancholie. Maar nu breekt de kiem open. Na te zijn gestorven is er opnieuw vruchtbaarheid. We mogen weer naar buiten komen. Het is nog pril en kwetsbaar maar niet te stuiten. Het leven breekt door. Het licht overvalt ons met zijn helderheid. Er is geen twijfel mogelijk. Doorheen deze dagen zijn wij gered. Sommigen aarzelen misschien of zijn ongelovig maar het getuigenis van zij die zien zal hen helpen om ook vrij te worden.

 

Blijven

Misschien is Goede Vrijdag
wel als op bezoek gaan bij iemand
wanneer in feite niemand meer langskomt
omwille van de psychiatrische diagnose …

Misschien is Goede Vrijdag
wel geregeld nog een belletje doen
naar de moeder of vader wiens zoon
in de gevangenis verblijft …

Misschien is Goede Vrijdag
wel blijven kloppen, spreken en luisteren
naar ouders die hun kind hebben verloren …

Misschien is Goede Vrijdag
wel van onszelf niet wegvluchten
als inzicht en schuldbesef van eigen zonden
doorbreken en opdagen …

Een ding overtuigt me van Goede Vrijdag:
ik kies ervoor het leed bij mezelf en anderen
nabij te blijven … in kleine dingen van elke
dag, maar vooral in TIJD om te durven STIL
staan bij wat zo’n pijn doet …

Ge-worden

Gekiemd met groen achter de oren
niemandsland als uitvalsbasis
tussen kraters van fantasie en kleuren van
schichtige lijntjes
speurend naar wat leefbaar is
hoedend het kind in mij.

Verloren gelopen
in de carrousel van de bevroren maskerade
op zoek naar mijn eigen zelf
tussen veld en bos, hert en uil
benen en vleugels gekregen met hen
herkenning van wat pure schoonheid is.

Sporen gevonden en verlegd in eigen hart
tegenstroom voorbij
alleen en samen verbonden in menig station
in volbloed nomade van Hem zijn en zo
worden wie een mens in essentie is:
Lichtwezen van God ten dienste van anderen
telkens nieuw laten ‘ge-worden’ …
via onze aardse missie:
de wereld wordt een bruiloftsmaal,
Zijn Laatste Avondmaal met ons; doe evenzo.

Een uitgestoken hand

Die 4 vingers en duim kunnen zo’n krachtige symboliek in zich dragen. Ergens verloren in een kast vond ik nog zo’n kleiwerk dat me opriep dit door te geven aan een aalmoezenier. Misschien kan dit wel wat wakker maken tijdens de vasten; een grote, open, Vaderlijke Hand die uitnodigt tot inkeer/barmhartigheid en waarin ik mijn vermorzeld en vernederd hart mag bergen. Evenzo kan in een andere Eucharistie die hand een kei dragen: welke steen belemmert nog de vrije liefdestroom in m’n eigen hart? Leg ik een pluim in die uitgestrekte hand kan ik op zoek gaan naar de zachtheid in mezelf, ook als gedetineerde. Werken met symbolen kan ons helpen om woorden en taal te vinden voor wat in ons hart nog gevangen zit en dat kan van alles zijn. Want allen zitten we (nog) ergens opgesloten in onze schaduwzijden, die steeds meer uitgeklaard kunnen worden, zodat ons proces van menswording verder kan gedijen. Als ik de hand in eigen boezem steek, verruim ik m’n begrip voor zij die verloren gelopen zijn en een uitgestoken hand kunnen gebruiken.

Een vruchtbare akker

De bijbelse vertellers spreken over het Rijk Gods. Zij laten dit bijbels beeld meermaals door die Man van Nazareth oproepen en uitspreken als één van Zijn sterkste bekommernissen. Christelijke geloofsgemeenschappen probeerden destijds en ook vandaag een bijdrage te leveren aan een meer leefbare samenleving. De hoofdredacteur van Kerk en Leven – Luk Vanmaercke – schreef onlangs: “De emancipatie van de bevolking is een formidabele prestatie die de kerk mee heeft gerealiseerd. De christelijke boodschap werd niet alleen met woorden verkondigd maar ook en vooral met daden van naastenliefde.” In de bijbel worden christenen daarom ook regelmatig uitgenodigd om hun talenten te ontwikkelen in dienst van een groter geheel. “Kloosters en katholieke gemeenschappen lagen vaak aan de basis van scholen en ziekenhuizen. De kerk mag de wereld niet zien als een woestijn maar als een vruchtbare akker, als een akker die telkens opnieuw vruchtbaar kan worden.”(cfr. Kerk en Leven)

Hoopvolle ogen

Voorbij de oppervlakkigheid van het bestaan banen troosteloze tranen hun weg op mistroostige dagen, momenten verzwaren.

Op het einde van de ellenlange tunnel zie je een breed licht, waarvan nu nog maar even een schicht.

Nog eventjes volharden, pijn zal verzachten.

Een twinkeling in jouw ogen, geboren uit hoop zet voortaan een frisse en nieuwe toon.

Hoopvolle ogen.

Zien fris lentegroen, na regen de opkomende zon in gezelschap van alle kleuren van de regenboog.

Wees niet blind voor schoonheid in haar puurste vorm.

Hoopvolle ogen aanschouwen hun glas steeds als “halfvol”.

Rosanna

Warm en koud

De zon roept mensen naar buiten en de noord-oosten wind jaagt ons terug naar binnen. Palmzondag is een dag van warm en koud. Christenen vieren dan hoe die Man van Nazareth met veel ‘Hosanna’s’ werd onthaald in de stad. Maar leggen we de nadruk op ‘koud’ dan spreken we van Passiezondag en dan denken we aan de veroordeling van Jezus na een schijnproces. De groene takken die we uitdelen kunnen spreken van ‘Geef het niet op. Kijk naar de toekomst.’ Laten we samen zoeken naar een hoopvol perspectief. Bij dit zoeken kan en mag het leven, het getuigenis van Jezus van Nazareth ons richten en inspireren. De groene takken kunnen vertellen dat er ooit een mens is geweest die zich met de kracht van zijn leven heeft verzet tegen doodse dorheid. In het spoor van die Goddelijke Mens mogen wij vernieuwing en verandering ten goede bewerken.