Zalig Nieuwjaar!

“Moge de HEER u zegenen en u beschermen, moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.” (Num. 6, 24-26) Bestaat er een mooiere nieuwjaarswens? In mijn ogen niet.
Zegenen, delen van kracht. Je legt iemand de handen op, en er vloeit kracht over van de een in de ander, gesterkt ga je verder. Beschermen wil zeggen dat de Heer over je waakt, mét je gaat, je niet uit het oog verliest.
Als het licht van Zijn gelaat over je schijnt heeft dat te maken met God nabij zijn. Zo dicht bij God staan, dat iets van God op je afstraalt. Genadig zijn wil zeggen dat God zich verheugt over je, je mag er zijn, met alles wat je hebt, met alles wat je bent. Als de Heer zijn gelaat naar u toekeert, zorgt Hij voor jou. Zorgen als verantwoordelijk weten, we zijn voor elkaar verantwoordelijk. Zo voelt God zich verantwoordelijk voor ons.
Vrede geven, vrede ontvangen is thuiskomen bij jezelf, rust vinden en geborgenheid. – Gezegend Nieuwjaar!

Wisseljaar

Met de jaarwisseling

In het vizier

Eist de bezinning een

Krachttoer van het vertier

Een lichtpuntje zal

Je door deze tunnel leiden

Echoënde eindklank

Tot herbronning uitspreiden

Aan elk eind een nieuw begin

Is de eeuwige carrousel

Met trage inhaalbeweging

Eert de liefde het podium wel

jvdb

Kerststal

De kerstreclamefolders belanden, als vallende sterren, in mijn brievenbus. De foto’s weerspiegelen prachtig versierde en onberispelijk opgetuigde kerstbomen.  Later volgen nog de pakjes: tekens van onze liefde en vriendschap voor hen die we een warm hart toedragen. Maar als ik in de brochures zoek naar een nieuwe kerststal, ben ik een poosje zoet: een magere oogst en een dito troost. Het spoort me aan om mijn oude kerststal opnieuw van onder het zolderstof te halen en in de ‘kerstrozen’ te zetten. Een ‘op ooghoogte’, leeggemaakt boekenschap, ver van de geschenken, wordt tijdelijk de nieuwe en meer nabije woonplaats voor de Heilige Familie en haar entourage. De kerstfiguren zien er minder perfect uit dan de kerstbomen. Ze zorgen wel voor een warm-menselijke gloed. Wanneer ik nadien voorbij kom, knipoog ik vaak naar het kind Jezus of één van de andere figuren. Het is een geheugensteuntje voor mij om waakzaam te zijn in mijn blijvende zoektocht naar het ‘Licht’, ook na Kerstmis!

De oude Simeon

Zijn ogen hebben het Heil gezién…

Hij wist het…

Zijn ogen zouden niet voorgoed toegaan, voordat hij zijn Verlosser met eigen ogen zou aanschouwen.

Wat een verassing… dat het kleine Kind in zijn armen, de Verlosser bleek te zijn…

Hoe vertederend, hoe wonderlijk, dat kindje van Jozef en Maria.

Hij kon zijn vreugde niet op en moest het wel uitzingen!

Wie had dat gedacht dat God zich zou laten zien in een klein Kind.

Hoe toegankelijk…

Nu kan hij heengaan, die oude Simeon.

En ook wij krijgen opnieuw de bevestiging:

De kleine Jezus is wel degelijk onze Redder.

Hij is ons geloof dubbel waard!

Onze Bubbel

Leeg en arm sta ik verlegen in Jouw Stal; Jij bent de Enige Bubbel waartoe ik behoor. Ook jouw ouders hadden enkel hun eigen kleine bubbel, toen ze op zoek waren naar een herberg voor Je Geboorte en later als ze het land dienden te ontvluchten. Doch ze hadden een groot vertrouwen: ‘God is met ons. Het komt goed.’ Welke reden zouden wij dan hebben om te klagen en te zagen dat dit jaar onze bubbel beperkt moet blijven? Zovelen in Lesbos en andere vluchtelingenkampen hebben niet eens een eigen, warme bubbel, maar lijden een mensonwaardig leven in een massakamp, die nauwelijks kan voorzien in de basisbehoeften. Spreek maar eens met mensen die er hun diensten aanboden. Maria en Jozef, in hun bubbel volgden deemoedig de Wil van de Vredevorst. Deze kans wordt ons in deze tijd meermaals aangereikt. Kunnen en willen wij erop ingaan? De wereld van eenvoud is de wereld van waarachtigheid. Altijd zal de geschiedenis hierop dienen terug te keren. Excessen en overvloed halen steeds weer zichzelf onderuit. Heer, blijf in onze bubbel!

Warmste week

“De goedheid van een mens is een vlam die wel verborgen, maar niet gedoofd kan worden.” (N. Mandela) Ja, de vlam van deze warmste superweek is er weer, zij het nu op een aangepaste manier. Kilo’s zelfgebakken koekjes, oliebollen … en vele kilometervreters die effectief hun beste beentje voorzetten voor edele projecten her en der in ons land of erbuiten, zullen thans in realiteit minder omringd moeten gebeuren. We beginnen alvast met de vlam zichtbaar te maken. Tussen al dat goeds bekruipt me wel soms de vraag wanneer de warmste week voor je gezin, je gemeenschap, je meest nabije cocon plaatsvindt. Voor de een is het wellicht een dag als Kerstmis, Valentijn of de dag van ons jarig zijn. Een week is wat anders dan elke dag de vlam in de pijp te houden. We blijven ook onvolmaakt en zwak. We kunnen zo goed camoufleren, manipuleren, achterwege laten. Volhouden is geen menselijke evidentie, ook al denken we dit te kunnen. Bidden we de H. Geest om de genade van goedheid Levend te houden ten bate van anderen en onszelf.

Een glimlach

Enkele dagen terug werd ik gegrepen door de speelse glimlach van m’n flierefluiter, zoals ik hem zelf benoem, een kleien beeld dat al jaren mijn gezelschap deelt. Een kind kan door zijn lach zo ontwapenen. De tedere glimlach van de moeder is er één van zorg en van bewaren in haar hart, van verstaan zonder woorden. De zoete glimlach van een hoogbejaarde ontroert me echter het meest; deze draagt immers zo veel verhalen in zich, waaruit de kostbare levenswijsheid werd gedistilleerd. Net wat Thich Nhat Hanh meegeeft: “Ik adem in en kom tot rust. Ik adem uit en glimlach. Thuisgekomen in het nu wordt dit moment een wonder.” De lach om je mondhoeken voelen spelen, brengt je bij de grote waarde van dit unieke moment. Daarnaast is “de glimlach het woord der wereldtaal, die elkeen verstaat.”(A. Brouwer) Van welke nationaliteit ook, je kan er iemand een gevoel van welkom, van aanvaarding mee schenken. Met de taal der stilte zeg je: ‘Ja, jij mag er zijn.’ “Laat je glimlach de wereld veranderen, maar laat de wereld niet jouw glimlach veranderen.” (J. P.)

Uit het huis van David

Jezus wordt geboren in een traditie. Hij behoort tot het geslacht van David, de grote koning uit het Oude Testament. David was oorspronkelijk een schapenhoeder. De Heer heeft hem uitverkoren om koning te worden van het heilige volk. En de Heer blijft met hem, zelfs na Davids dood via zijn nazaten. De Heer is trouw van geslacht op geslacht. Zo wordt de Heer ook bezongen in de psalmen.

Als de engel Gabriël tot Maria komt met de Boodschap van een Zoon, dan weet zij goed waarover het gaat. Maria behoort ook tot het heilige volk en kent de psalmen en geschriften heel goed. Dit is het prille begin van een nieuw tijdperk. Maria aanvaardt en geeft haar fiat. In alle eenvoud en stilte. Zo is zij altijd geweest. Een vrouw van gebed. Daarom was zij ook ontvankelijk voor de Boodschap. Zij kon het vernemen omdat zij eenvoudig en nederig was van hart. De Heer kijkt naar het hart van de mens en niet naar uiterlijk vertoon.

Moge de Heer zijn huis ook onder ons bouwen. Moge Hij harten vinden die de weg bereiden voor de komst van de Heer.