Stille voorts doen

Afgelopen dagen bedacht ik weer hoe mooi het kan zijn als mensen toch willen samen werken. Zie maar naar een voetbal-, volley- of basketbalploeg die er voor wil gaan.

Juiste voorzetten, goede passen doorgeven om dan te kunnen scoren. Of de wielrenners die elkaar in een ploeg een overwinning gunnen, de spurt aantrekken of gewoon hand in hand over de eindstreep komen. Waar mensen elkaar verstaan met een liefdevol woord of een klein gebaar, daar gebeuren wonderen op allerlei gebied. Jammer dat er soms van die pietjes wijsneuzen, dwarsliggers of in het ergste geval ruziestokers zijn, die het samenwerken bemoeilijken.

Toen we het er in een gesprek over hadden, zei iemand met een milde stem en vergevingsgezind gevoel: “Och ja, het is des mensen. Waar er mensen zijn, wordt er ‘gemenst’. En weet … ook Jezus moest het maar doen met zijn 12 apostelen, ook zij waren heel verschillend.” Deze wijze woorden indachtig, proberen we toch maar met veel liefde stille voorts te doen …

Met twee!

“Christenen hebben dikwijls een zeer zinvol zingevingssysteem ontwikkeld”, zo getuigde een Nederlandse journaliste die destijds heel bewust en zichtbaar het kerkgebeuren losliet. Nu, vele jaren later, vertrouwt zij het volgende toe aan een krant: “Religie of godsdienst voorziet in vele behoeftes zoals: barmhartigheid, vergeving, solidariteit.” Gelovigen vermoeden dat een godsdienst ook nu nog voorziet in hartelijke verbondenheid. De evangelist Marcus vertelde destijds ook heel uitdrukkelijk dat Jezus Zijn vrienden per twee uitstuurde want zo konden zij elkaar aanvullen en steunen. Het getuigenis van twee of meer mensen samen kan op die wijze ook krachtiger ervaren worden.

Goed zijn

Soms kwelt de vraag of ik goed genoeg ben me de hele tijd. Iets jaagt me op na te gaan of ik “in orde” ben, of ik niet ongemerkt noden over het hoofd heb gezien, of ik voldoe aan de verwachtingen, of ik zuivere intenties had,…

Laatst zwierde God het in mijn gezicht: “waarom wil je perse goed zijn? Jij wil perfect zijn. Je wil controle. Je handelt uit angst. Stop!! Wees jezelf, eenvoudig en echt, zonder kramp. Aanvaard alles wat hier en nu is, wat het ook is. Aanvaard je zwarte vlekken en strepen. Het zal je toelaten ook anderen te aanvaarden en vergeven. Mijn licht zal er doorheen stralen en jij mag alles loslaten. Het enige leven dat je kan leven is het echte. De enige mens die je kan zijn is de echte. De enige mens die je kan ontmoeten is de echte. Hier en nu ben Ik.

In het tankstation

Mijn echtgenoot rijdt het tankstation in en tankt de wagen vol aan de ene kant van een platform. Aan de andere kant voorziet een papa zijn auto van brandstof. Ondertussen legt de mama aan de zijkant van de wagen de laatste hand aan het bespreken en herschikken van ditjes en datjes. De drie kleine kinderen op de achterbank worden zorgvuldig voorbereid op de lange trip. De mama zorgt voor de mentale energie, de partner voor de materiële! De schepjes, emmertjes en vormpjes in de volgestouwde auto zorgen nu reeds voor een kleurrijk vakantieperspectief! Ik spring uit de auto en knoop een gesprekje aan met de mama. Ze uit haar twijfel over het nakende weer, de rit en of ze wel alles mee heeft. Ik stel haar gerust dat alles goed komt. Hoe vaak stond ik in haar ‘sandalen’! Dit tafereel katapulteert me instant naar dertig jaar terug. Mijn man en ik voelen ons  jong van hart en wuiven hen uit. In stilte geef ik hen Zijn zegen mee. Ondertussen hopen we vurig dat ze een onvergetelijke tijd beleven.

In Zijn Spoor

“Over 30 jaar zal de wereld vooral door de snelheid van wetenschap en techniek gekleurd worden.” Zo kunnen wij horen en lezen.

In onze wereld, die zeker heel sterk blijft evolueren, is het ook niet gemakkelijk om in het spoor van Jezus van Nazareth te leven. Leven in Gods gedrevenheid deed Jezus voor en Hij maakte warme indruk. Hij zond Zijn apostelen uit om het Rijk Gods te verkondigen en bij mensen bevrijdend werk te verrichten.

Mogen wij, zoals Jezus, ook kracht vinden, Gods geestkracht, Zijn Heilige Geest, wetend dat ook wij gezonden zijn om, zoals Jezus, het goede te behartigen tussen mensen, ook in moeilijke tijden.

“De kerk heeft altijd crisissen gekend en is ze altijd te boven gekomen,” zo schreef onlangs onze kardinaal Jozef De Kesel.

Zijn als klaprozen

Blij werd ik ervan als ik al die klaprozen in de bermen naast de weg in bloei zag staan, van licht oranje tot donker rood. Zalige herinneringen over vroeger kwamen naar boven, toen ik ze als kind zag bloeien naast de koren- en akkervelden. Niettegenstaande de klaprozen frêle bloemen zijn, hebben ze niet veel nodig, enkel wat arme en zanderige grond om te kunnen groeien en bloeien. Zelfs hun zaadjes zijn geduldig. Ze kunnen 10 jaar lang in de grond zitten vooraleer ze in de omgewoelde grond als pioniersbloemen op een braakliggend stuk beginnen te verschijnen, zoals we vaak kunnen zien als ze ergens een woning beginnen bouwen. Terwijl ik erover mijmer, bedenk ik hoe wij de afgelopen coronamaanden ook een beetje in arme grond vertoefden en geduldig hebben gewacht op versoepelingen. Welke afweging hebben wij voor onszelf gemaakt? Die van de bloeiende klaproos, die vreugde heeft gebracht voor wie het nodig had of zitten wij nog voorzichtig te wachten in de grond tot we omgewoeld worden?

Er is hoop

“Onze westerse samenleving is erg seculier of werelds geworden,” zo schrijft kardinaal Jozef De Kesel onlangs in een boek. We lezen: “De kerk verkeert in crisis en dat is juist maar dat de situatie stilaan naar het einde gaat is onjuist.” René Stockman, de bekende overste van de Broeders van liefde, gebruikt in het weekblad Tertio vier woorden. De twee eerste woorden zijn: ‘bescheiden’ en ‘kleiner’, doelend op kerk en godsdienst. Ja, dat zal wel zo zijn. De twee andere zijn: ‘belijdend’ en ‘open’. Zo probeert hij aan te geven dat hij verwacht dat kerk en godsdienst belangrijk blijven. Maar hij weet ook dat wie Jezus volgt niet moet verwachten toegejuicht te worden in deze wereld. En de Broeder sluit zijn inbreng als volgt af: “Dierbare gelovigen, er is hoop.”

Hemels

Weet u wanneer aardbeien het lekkerst smaken? Met een beetje lichtbruine suiker bestrooid? Geflankeerd door een dotje slagroom? Nog gekroond met het steeltje op een gebakje? Verwerkt in een donkerrood sausje of in een heerlijke crème? Of in een oogverblindende, kleurrijke combinatie met wat sappige meloen? Bij benadering niet slecht, ik geef het toe. Maar er is één moment, één plaats en één manier die het hemelse benadert voor mij. Ik eet ze het liefst vers geplukt uit het aardbeienbed in mijn eigen tuin. Lekker warm en zoet, na het heetst van de dag wanneer de stralen van de volle zon het rode vruchtvlees hebben verwarmd en gesuikerd. Er mag gerust nog een beetje zand aan hangen. Maar met mijn klompen aan mijn voeten, mijn schort rondom, een beetje bezweet van het werken, de handen vlug afgeveegd en de rouwrandjes nog onder mijn nagels, een of meer aardbeien in mijn mond steken, met mijn tong platdrukken tegen mijn gehemelte en dan langzaam hun zoete smaak proeven. Dat staat met stip op één!